Ons houten huis.


We wonen er alweer een paar maanden. Pittmeadows heet het plaatsje waar we wonen en heeft zo' n 17.000 inwoners. Eigenlijk is het maar een half uurtje van Vancouver vandaan. Als het verkeer meezit.

Pitt Meadows ligt aan de Fraser River, waar wij overigens een kleine kilometer vandaan wonen, en het is er heel landelijk. Er zijn hier veel fruitboeren die voornamelijk cranberries telen. Afgelopen zomer hebben we hier veel gefietst over de dijken, die gebouwd zijn in 1955 door de Nederlanders, en door de polders.

Het doet mij dan ook veel aan Nederland denken. Kilometers lange dijken en landerijen. Eigenaardig is het wel want ten noorden van Pitt Meadows heb je de bergen en een schitterend mooi meer, Pitt Lake.

Ik heb daar afgelopen zomer veel gezommen. Het water is er ijskoud, maar heerlijk verfrissend. (een beetje te koud voor Kim) We hebben er ook al een keer een canoe gehuurd en zijn er een dagje op uitgetrokken. Volgende zomer gaan we dus ook een canoe kopen want dat is zeer goed bevallen.

Verder is er op een goed half uur rijden Golden Ears provincial park, waar je ook heerlijk kunt zwemmen en hiken.

Kortom we hebben het hier best wel getroffen met ons houten huis. Ironisch want de buitenkant is "opgesierd' met halve bakstenen. Echt, het frame is van hout. Een beetje gehorig maar heel goed geisoleerd. Er worden nog veel huizen gebouwd in de buurt. En aan de rivier krijgen we een promenade met "winkeltjes" enzo.

Het grootste nadeel van het wonen hier is de verbinding met de rest van het wegennet. Er is maar een brug, Pitt River Bridge, en als er daar trouble is dan zit je min of meer vast. Tenzij je ervoor kiest om anderhalf of 2 uur om te rijden en een andere brug te gebruiken.

Eigenlijk is dat ook een beetje de reden dat we hier wonen. De huizen zijn hierdoor stukken goedkoper, HA!

Tweede deel volgt.
 
Plannetjes.



Ik ga ook verhuizen, maar zit nog helemaal in de plannetjesfase. Het gaat ook nog wel even duren voor ik zover ben. En ik verhuis maar een paar honderd meter verderop.

Ik wil graag op het eiland blijven wonen omdat Thomas hier z'n hele leven gewoond heeft. Het zou heel moeilijk zijn om ergens te wonen waar hij niet geleefd heeft.
Ik weet wel dat ik hem nooit zal vergeten, maar ik wil ook buiten mijn hoofd herinneringen aan hem hebben.
Pleintjes waar hij heeft gespeeld. Mensen die hem hebben gekend. Het bankje aan de Maas waar we op warme zomeravonden zaten.

Om alvast aan het idee van verhuizen te wennen, ben ik druk bezig met plannen maken. Ik heb alles op maat getekend en vermaak me met het schuiven van gekleurde blokjes in imaginaire kamers.



En 's nachts als ik niet kan slapen verzin ik de meest fantastische interieurs. Overdag is dat dan meestal te onpraktisch om waar te maken, maar dat dondert niet. Ik heb er in ieder geval lol in.

Het meeste werk zit 'm in de keuken, die nog helemaal gemaakt moet worden. Er is zelfs nog geen waterleiding.
Maar het is wel een uitdaging, want compleet zelf te bedenken hoe of wat.

Gisteren verzon ik een heel vrolijke keuken in geel, zwart en wit. Die kan ik maar moeilijk uit mijn hoofd zetten. Dus wie weet......