De Nachtegaal is ook niet meer wat het was.

Tegenover ons zat een echtpaar met een zwart hondje. Maar niet zo’n aardig klein ding, nee zo’n lelijkerd met platgeslagen smoel. En die hond had het warm. Hij hijgde zo hard dat je het aan ons tafeltje kon horen. En hij hijgde niet normaal met zijn tong uit zijn bek hangend, maar met zijn tong recht uit zijn bek stekend. Het was meer een soort likken dattie deed. Het was bepaald vies om te zien. Zo erg dat het N. een obscene opmerking ontlokte. Nou, en dat doetie anders nooit hoor. N. Die maakt nooit obscene opmerkingen dus ik was verbijsterd.

En er was nog een stel dames. Oma, moeder en baby. Die zaten aanvankelijk onschuldig in een hoekje. Totdat de pannekoeken kwamen, en de stroop en de suiker. En de wespen. Hadden ze niet in de gaten dat die op de stroop afkwamen. Nee hoor, ze dachten dat ze op een verkeerde plek zaten. En verhuisden dus met pannekoeken en al naar een ander tafeltje. Wespen mee natuurlijk. En om de drie tellen ging oma staan en rondlopen. Je werd er nerveus van. Het ontbrak er nog maar aan of ze slaakte er ook nog kleine gilletjes bij.

Goed, dan negeer je die mensen tegenover je, en die links van je. Je richt je blik op rechts. Dat kan ook. Nou daar zat dus een man met een heel erg irritante stem. Tjonge jonge wat een stem. En hard ook nog. En natuurlijk was het zo’n zeikerd die heel de tijd het hoogste woord voert. Man man, wat een ellende toch. En zelfs al keek je de andere kant op, dan hoorde je hem nog natuurlijk.

Dat alles zou toeval kunnen zijn. Gewoon een samenloop van omstandigheden. Kan gebeuren dat er op een terras meer dan het statistisch te verwachten aantal malloten zit. Ware het niet dat de cappucino gewoon koffie was, de koekjes oudbakken en de vlaai nog uit de tijd van de vorige eigenaar stamde. Dat trekt bepaalde mensen denk ik. Hoe dan ook, wij hebben er weer een zaak bij op onze zwarte lijst. Het wordt straks nog lastig om wat te nuttigen hier ten stede.

| Anneke |31-07-2004 | 8 reacties |




Geen probleem.

Vroeger toen ik nog geen zeekomkommer was las ik wel eens stukjes van mensen die worstelden met een groot probleem. En dat ze het er moeilijk mee hadden. Maar ze gingen dan nooit zeggen wat het probleem was. Zodat je maar een beetje in het duister zat te tasten. En dan dacht ik, ja, sodemieter dan op met je probleem. Om er een beetje geheimzinnig mee te doen hier. In geuren en kleuren te vertellen hoe je er onder lijdt, maar zeggen wat er nou aan de hand is homaar. Dahag.

Daarom heb ik het hier nooit over problemen. Dat jullie niet denken dat ik die niet heb ofzo. Ik heb er een heleboel. Maar ik wil mijn vuile was niet buiten hangen. En ik ga ook niet zitten treuren dat mijn wasmand zo vol is. Zeggen dat de wasmachine stuk is dat kan dan weer wel. Vinnik.

| Anneke | | 13 reacties |




Ineens moest ik denken aan Pim, Frits en Ida.

“‘Wat willen jullie eten?’ vraagt Ida.
Het antwoord hebben ze van te voren afgesproken.
‘Flensjes,’ zeggen de jongens.
‘Goed,’ zegt Ida, ‘flensjes dan maar.’ Ze doet het beslag in de drie pannetjes, die ieder zo groot als een gulden zijn. Het pruttelt en sist en al gauw zien ze drie zwarte pluimpjes rook. De jongens kijken ademloos toe.
‘Het is maar een weet,’ zegt Ida, ‘mannen zijn zo onhandig.’
De jongens knikken. Ze zijn nu echt bij een vrouw op visite. Als ze de flensjes op hun bord krijgen, lijken het net drie knopen van een zwarte regenjas. Ze eten de plakjes roet zwijgend op.
‘Heerlijk,’ zegt Pim, ‘bijzonder lekker.’
‘Ze zijn een beetje doorgebakken misschien,’ zegt Ida.
‘Dat zou ik niet zeggen,’ antwoordt Frits.
De volgende drie zijn al beter. En eindelijk eten ze werkelijk flensjes, mooi bruin gebakken, zo dun als vliesjes en lekker knapperig. Het is heerlijk. Als er niets meer is, staan de jongens op en geven Ida beleefd een hand.
‘Bedankt voor de partij,’ zeggen ze.
Ida bloost. ‘Ik heb het met genoegen gedaan,’ zegt ze.
Ze kijkt de twee broertjes na, die hand in hand de tuin inlopen. De partij is voorbij. Het is een plechtig gevoel.”

Godfried Bomans

| Anneke |29-07-2004 | 7 reacties |




Onrustige tijden zijn het.

Soms droom ik dat de dingen op Donald Duckachtige wijze opgelost zullen worden. Dat er volgende week een nieuwe Donald Duck uitkomt. Met een nieuw verhaal. En alle stommiteiten die ik in het vorige nummer uitgehaald had waren vergeten en vergeven. Nee, beter. Ze hadden nooit plaatsgevonden.

Ik vraag me af of hier nou sprake is van een soort vooruitgangetje. Vroeger had ik medelijden met Donald Duck. Tegenwoordig zou ik Donald Duck willen zijn.

| Anneke |27-07-2004 | 14 reacties |




Triomfantelijke man vrouw.

Ik fietste op m’n dooie gemakje naar de bieb en ineens raak ik in een wedstrijdje verzeild. Zomaar. Met een man die ik op een onbewaakt ogenblik inhaalde. Opeens ging er een rood lampje branden bij die man. “Hee”, zag je hem denken, “ik word ingehaald. Door een vrouw!” En zo begon het. Want dat kan zomaar niet natuurlijk. Ingehaald worden door een vrouw. Een blonde nog wel. Tss.

Ik, soms wel in voor een geintje, rij steeds een beetje sneller. Mijn rug is ontspannen, zodat je niet ziet dat ik steeds extra kracht zet. Maar aan de man die mij in wil halen zie je het heel goed. Dat hij steeds meer kracht moet zetten om me bij te houden. Hij staat zowat op de pedalen en zijn rug zwaait heen en weer. Alsof je daar sneller van gaat fietsen. Door flink met je rug mee te zwiepen. Je wordt al moe als je ernaar moet kijken. Dat je bijna zou willen roepen:“Oehoe, daar verlies je alleen maar energie mee! die je zou kunnen gebruiken om mij in te ha-len.”

Tegen de tijd dat we de brug bereiken zit hij al aan z’n top. En dan moeten we nog omhoog! Halverwege los ik hem. Maar het is een vasthoudend typje want even later haalt hij me brugafwaarts in. Triomf in de blik die hij me toewerpt. Zijn eer is gered. Hij is de man. Ik lach hem vriendelijk toe. Ja hoor, hij is een man. En ik ben een vrouw. Een triomfantelijke vrouw :-)

| Anneke |25-07-2004 | 15 reacties |




Schopenhauer had gelijk.

Je moet het verlies zo lang mogelijk uitstellen. O, het grote verliezen is nog niet begonnen hoor. Maar ik heb de tanden er van wel al zien blikkeren. Mijn lichamelijke aftakeling is heel langzaam in aan het zetten.

Vroeger hŤ, vroeger was ik onsterfelijk. Ha, ik wist natuurlijk wel dat ik doodging enzo, maar het was een veel te abstract gegeven om er bang voor te kunnen zijn. Dood was voor ouwe mensen, en dat hoorde zo. Ik had zeeŽn, wat zeg ik, oceanen had ik! Wist ik veel. Nu heb ik nog een aardig meertje hoor, ik mag niet klagen, maar het is toch anders, als je weet dat je langzaam uitdroogt.

Het doet me denken aan zo’n natuurfilm. Alle plaatselijke dieren zijn naar het laatst overgebleven meer gekomen want het is een tijd van grote droogte. Tergend langzaam wordt in beeld gebracht hoe het meer alsmaar kleiner wordt. Begeleid door een trage commentaarstem vallen de slachtoffers. Op het laatst is er niet veel meer over dan een modderpoel waarin de laatst overgebleven krokodil langzaam ligt te verdampen. Zo gemeen!

Ik denk dat ik morgen mijn eerste vochtinbrengende crŤme aan ga schaffen.

| Anneke |22-07-2004 | 21 reacties |




Briefjes.

In het appartement hingen her en der briefjes. Op de brievenbus, dat er geen Telegraaf in mocht. Op de WC dat je 2 keer door moest trekken. Aan de wasmachine dattie niet centrifugeerde. Maar het mooiste was toch wel het briefje dat op de stereo zat:

Ondertussen ben ik steeds geÔntrigeerder geraakt door dat briefjes fenomeen. Ik deed het zelf al in de winkel natuurlijk. En nu die appartement-mevrouw met die briefjes. Maar ook in het Duitse deel van het drielandenbos. Ha, die Duitsers hadden ook overal bordjes bij staan. Met ellenlange teksten. Over het hoe en waarom. Of waarom niet:

Die neiging om de dingen onze wil op te leggen. En als ze niet meer naar behoren functioneren ze alsnog een stap voor te willen zijn. Een rare mengeling van voorkomendheid en bemoeizucht. Om vergissingen te voorkomen moet alles tot in den treure uitgelegd. Dat je niet denkt dat de zaken anders in elkaar steken. Maar tegelijkertijd ook lekker dominant: Stekker er uit trekken svp! Alsof er geen mensen bestaan die expres de stekker er in doen om het eens mee te maken…...

| Anneke |21-07-2004 | 12 reacties |




Er is weer een Stokje.

| Anneke | | 16 reacties |




Zeekomkommer ruimt nog steeds op.

Opruimen is een kwestie van categoriseren. Ik ben daar niet zo goed in, geloof ik. Ik begin altijd, heel optimistisch, met een heleboel categorieŽn waar maar een paar dingen in thuis horen. Nu ga ik het eens goed aanpakken. Ha! De hele kast wordt leeggeruimd. Alles moet opnieuw worden ingedeeld. Uitgesopt en opgeknapt. Uren ben ik bezig met het op stapeltjes leggen van de post. Ouwe sokken en te kleine onderbroeken gaan definitief de deur uit. De recyclebin draait op volle toeren.
Maar in mijn ongeduld maak ik een dag later al weer een map/la/doos diversen aan, om gauw even wat in te stallen. Dat ruim ik later wel op. Heus. Maar later komt natuurlijk nooit. Nee. En het eindigt dan ook meestal met een hele trits diversen, zodat ik alleen iets kan vinden als ik uit mijn hoofd weet in welke div ik het gestopt heb. Wat kan je ook verwachten, van iemand die haar decoupeerzaag met koffer en al kwijtmaakt.

Al heb ik voor mijn websites nu toch een fijne portal gemaakt. Alles netjes en overzichtelijk. Een feest om naar te kijken. Ah, was alles maar zo prettig en eenvoudig op te lossen.

| Anneke |20-07-2004 | 12 reacties |




Bijna thuis.

Herhalen is een goed ding. Vooral als de lieve lezertjes lekker meedoen. Net of ik niet weg was. Dat is met het huis wel even anders, dat is me al helemaal vergeten. Als een trouweloze hond, een allemansvriend, heeft het zich aan T. gehecht.

Het lijkt wel een hol. Alle gordijnen dicht, volle asbakken. Sporen van een ander soort huishouden, of eigenlijk een gebrek daaraan. Dat loopt nog aardig op hoor als je er een paar weken niet bent. Ja, hij heeft wel afgewassen, zelfs de kastjes gepoetst, maar dat betekent alleen maar een verspreiding van het vet natuurlijk. Vet van het bakken van astronomische hoeveelheden eieren en popcorn en patat enzo. Op zulke momenten denk ik altijd even aan mijn moeder. Dat helpt.

Stiekem ben ik er ook wel een beetje blij mee. Dat opruimen. Het hoort bij het thuiskomen. Elk schoongemaakt stukje is heroverd terrein. Van mij, hier ben ik. Bezig de stukjes en de eindjes te zoeken. Wie was ik ook alweer, wat deed ik, waar liep ik warm voor. Heb ik altijd. Vakantie is toch vooral een brute wisseling van context: je wordt er een ander mens van. Iemand die rustig twee weken zonder computer kan bijvoorbeeld. Zelfs als het regent.

| Anneke |18-07-2004 | 10 reacties |




Herhaling 2: 10 oktober 2003.

N. en ik hebben een meningsverschil. Over een beeld op de Koperhof in Vaals: Monument voor oorlogsslachtoffers van Piet Killaars. Een op de rug liggende figuur. Brons, 1955. De stijl is bijna schetsmatig. De huid ruw afgewerkt. Maar er is iets geks. Hoofd en schouders van het beeld zweven zo’n 20 cm boven de ondergrond, de knieŽn licht gebogen, alsof de man in een eeuwige sit-up verankerd is.

Ik vind het een loeder. N. zegt dat ik arrogant ben. Volgens hem wordt het lijden verbeeld in de onmogelijke houding van de man. Maar mij overtuigt het niet. Ik kan me best voorstellen hoe pijnlijk de houding is. Maar ik zie het niet. Ik zie geen spanning in het lichaam noch een verkrampt gezicht. Eerder sereen.
Steeds als we er langskomen bakkeleien we erover. Maar we komen er niet uit. Kijkt u nou eens, hier en hier, wat vindt u d’r nou van?

| Anneke |12-07-2004 | 14 reacties |




Herhaling 1: 1 oktober 2003.

We waren in Vaals. Daar valt niet veel over te vertellen en er valt ook niet veel te beleven. Je kunt wandelen in de bossen en fietsen in de heuvels, en beneden in het dorp koffie met vlaai snoepen of winkelen bij de Hema.

Boven op de berg is het Drielandenpunt. Al eens geweest? Het is het saaiste punt van Nederland. Er is een Labyrint, en een uitkijktoren. En er staan drie grenspalen. Aan die palen is niks te zien, maar ze staan op duizenden vakantiefoto’s. Jongetjes worden graag bovenop zo’n stompe paal vereeuwigd. Groepjes stoere motorrijders gaan ervoor liggen. Meestal omarmen ťťn of meer familieleden de middelste paal.

De linkerdame op de foto kwam gezellig naast mij op het bankje zitten. Nog geen tien minuten later was ik op de hoogte van de samenstelling van haar gezelschap, haar armfractuur en hoe blij ze was met haar rijbewijs nu ze niet meer kon fietsen, de dood van haar man, de hoeveelheid kinderen en kleinkinderen, en haar eerste bezoek aan het Drielandenpunt meer dan vijftig jaar geleden. En ik hoefde niks terug te zeggen. Vaals is leuk!

| Anneke |05-07-2004 | 16 reacties |




Komkommertijd.

Ik ben weg. Naar Vaals. Zonder computer. En omdat het zo hoort in komkommertijd heb ik twee fijne herhalingen voor jullie in petto.  Omdat er in Vaals toch nooit iets verandert zal het lijken alsof ik life verslag uitbreng. 

Het is niet de bedoeling dat ik een internetcafe op zoek. Ik betwijfel zelfs of zoiets te vinden is in Vaals. Maar als ik in nood kom, dan ga ik wel naar Aken. Daar moet ik toch zijn voor een nieuwe beha. Ja, waarom nou precies daar weet ik eigenlijk ook niet meer, op een gegeven moment is het zo besloten. Dat mijn nieuwe beha in Aken aangeschaft zal worden.  Wie weet zijn ze daar steviger. En als het niks wordt, nou dan ga ik gewoon naar de Hema, want die hebben ze wel, in Vaals.

Jullie begrijpen al wat voor vakantie dit gaat worden. Onze voornaamste zorgen zullen bestaan uit het dagelijks beslissen wat we zullen eten en waar we eens naar toe zullen gaan. Ongeveer in die volgorde denk ik. Haha. We gaan helemaal tot rust komen.

 

| Anneke |02-07-2004 | 11 reacties |




Het werkt!

Omdat ik de bui al zag hangen, met die grote kast en die kleine dingen, had ik wat andere objectjes opgesnord van zolder. Winkeldochters als het ware, en die mooi bij deze serie pasten. Maar eigenlijk was het dus vulling. En lag het he-le-maal niet in mijn bedoeling om tot diep in de nacht tientallen kleine zwarte dingetjes te naaien. Heus niet. Ik had wel wat beters te doen. Dingen in te pakken en wasjes te draaien enzo.
Ik was ook niet van plan de halve dag door te brengen met het bevestigen van die dingetjes aan lange zwarte draden en die in de kast te hangen. Op den duur had ik een prachtig systeempje ontwikkeld hoe ik ze het best op kon hangen. Daar hou ik van. Dat het dan zo lekker efficient en soepel gaat. Maar dan nog was het een geduldwerkje.

Maar ze hangen wel. En het probleem is opgelost. Ik heb hoogte. Ik heb die hele kast, 4 meter breed, 50 cm diep en 170 hoog gevuld. Met een heleboel kleine dingetjes. Haha.

Ja op de foto is het niet zo goed te zien hoor. Je kunt het beter in het echt zien. (ahum)

3 t/m 25 juli 2004
di t/m vr 12.00 - 17.00 uur
za 10.00 - 17.00 uur
zo 12.00 - 17.00 uur

Centrum Beeldende Kunst
Nieuwe Binnenweg 75
Rotterdam

| Anneke |01-07-2004 | 11 reacties |




Het plan.

De onderdelen van het plan zijn klaar.

Ik ga nu kijken of het werkt. Ik hou mijn adem in.

| Anneke | | 5 reacties |




De inrichting.

Voor de kast staat een tafel en daarop pak je al je spullen uit. Tegen de tijd dat je klaar bent heb je een prachtige presentatie van je werk gemaakt. Gewoon zoals het daar staat. Neergezet tijdens het uitpakkken waar het uitkwam. En niet geschoven of gewikt en gewogen. Paf daar staat het! Mooie tafel, brede matmetalen rand erop. Perfect. Niks meer aan doen. Behalve dan dat het nog in de kast moet.

Ik wou dat ik schilderes was. In plaats van peuteraar in drie dimensies. Dan ging je naar de tentoonstellingsruimte en je hing je schilderijen op. Zo eenvoudig. En terwijl jij op je gemakje een kopje koffie dronk met de beminnelijke A., tipten de medewerkers van het centrum de vieze stukjes muur netjes wit. Nee dan ik. Het begint er al mee dat je die uiterst kwetsbare dingen niet op de fiets kan meenemen. Moet je dus altijd vervoer regelen. En dan kom je daar, en dan hebben ze een kast waar grootmoeders porselein goed in zou uitkomen.

Nou, het is nog niet gelukt. Mag ik wel zeggen. Haha. Ik zette het is zus en ik zette het is zo maar het bleef een dooie boel. Veel te veel etalage. En veel te veel kast, dat ook. Ik miste hoogte, het bleef allemaal te vlak.
Ik ging maar eens een broodje halen en N. bellen voor geestelijke bijstand. Maar dat leverde alleen dit plaatje op. Nou daar had ik dus ook niks aan!
Pas na uren geschuifel en gedoe kreeg ik de geest. HŤhŤ. Eindelijk een plan. Een best wel goed plan. Ik ben er nu mee bezig. Ik hoop dat het werkt. Anders moet ik over op blan B. en dat heb ik niet.

(wordt vervolgd en dit is echt spannend!)

| Anneke | | 1 reacties |