 |
AFLEVERING 663
- 6 november 2011
Vlaardingen
Afgelopen week heb ik in mijn hoofd gezocht naar Vlaardingen.
Wat is Vlaardingen voor mij?
Ik heb de stad in de jaren zeventig leren kennen, toen ik met mijn ouders
in Schiedam woonde.
Met mijn moeder ging ik wel eens naar de V&D in Vlaardingen. Het
warenhuis.
Ik herinner me dat voor de deur een enorme parkeerplaats was, met altijd
plek.
De V&D is weg uit Vlaardingen.
Het parkeerterrein is volgebouwd.
En mijn moeder is, nog in diezelfde jaren zeventig, overleden.
Geregeld gingen we zwemmen en tennissen, en later ook hardlopen, in het
Shell-park De Vijf Sluizen.
De sintelbaan van De Vijf Sluizen is al weg, de rest volgt, heb ik begrepen.
Ik heb een tijdje op gitaarles gezeten op de muziekschool van Cees van
Loon, boven zijn winkel aan de Landstraat.
Het bedrijf is weliswaar groter geworden, geloof ik, maar het is weg uit
de Landstraat. En Cees is met pensioen.
In navolging van een vriend uit Vlaardingen heb ik een tijdje vakantiewerk
gedaan in de supermarkt Simon, voorheen Simon de Wit, aan het Liesveld.
Simon bestaat niet meer.
Het Liesveld is overdekt.
En die vriend woont al heel lang in Brabant.
Een andere vriend woonde in een flat helemaal aan de achterrand van de
wijk Holy. Na ‘zijn’ flat begonnen de weilanden richting Delft.
De flat staat er nog, zag ik laatst, toen ik oude grammofoonplaten ging
halen in het tegenoverliggende gebouw in Holy, maar voor de weilanden
moet je een stuk verder.
Die flat staat nu halverweg Vlaardingen-Holy.
En die vriend heeft inmiddels al over de halve wereld gewoond.
Een klein stukje richting centrum in datzelfde Holy heeft een van mijn
zussen haar verpleegstersopleiding gevolgd. In het Holy-ziekenhuis. Ik
ben geregeld bij haar langsgeweest in de zustersflat.
Het wordt eentonig: het ziekenhuis is afgebroken. En de zus woont al jaren
in Den Haag.
Ze is trouwens ook geen verpleegster meer.
Stukje bij beetje komt het Vlaardingen in mijn hoofd los te staan van
het Vlaardingen waar je nog naartoe kan.
Het is een ontwikkeling die de meeste mensen zullen doormaken met het
klimmen der jaren.
De wereld in hun hoofd wordt steeds meer zoals de sterrenhemel op een
heldere avond. Het licht van al die sterren doet er zo lang over om je
netvlies te bereiken, dat je feitelijk naar het verleden kijkt.
Naar een wereld die er in deze vorm al niet meer is.
‘Mijn Vlaardingen‘ bestaat niet meer.
Het is opgeslokt door de tijd.
Zoals de tijd vroeg of laat ook mij zal opslokken.
|
 |