AFLEVERING 661 - 23 oktober 2011
Officier van Justitie


Afgelopen week heb ik de woorden herkauwd die een officier van justitie laatst tegen me zei.
Ik heb in dit programma al verteld over mijn gang naar de kantonrechter nadat ik verzet had aangetekend tegen een mijns inziens onzinnige bekeuring voor het laten loslopen van mijn hond.
Mijn inmiddels overleden hond.
Het gebeurde nu ruim anderhalf jaar geleden.
Ergens in zijn betoog zei de officier van justitie dat hij bij de verdachte, bij mij dus, een houding bespeurde van: de regels zijn er voor anderen, niet voor mij.

Die woorden klinken na een paar weken nog steeds na in mijn hoofd.

Voor de officier van justitie zullen ze vermoedelijk niet heel zwaar wegen. Ik vermoed dat hij ze dagelijks meerdere keren uitspreekt. Maar bij mij zijn ze een beetje gaan gisten.

Voor mijn gevoel heb ik die houding namelijk helemaal niet.
Die aanlijnplicht vind ik niet alleen voor mij onzin, maar voor iedereen.
Baasjes van honden zijn denk ik in het algemeen heel goed in staat om zèlf in te schatten of het veilig is om hun hondje ergens te laten loslopen of niet.
Zoiets geldt helemaal niet exclusief voor mij.

Hoe komt een officier van justitie dan bij zo’n uitspraak?

Ik stel me zo voor dat het ten dele voortkomt uit beroepsdeformatie.
Als je de hele dag asocialen voor je ziet verschijnen die de regels aan hun laars lappen, ga je nog denken dat iedereen in het verdachtenbankje een asociaal is.

Verder is er natuurlijk sprake van een soort blikvernauwing.
Het oordeel dat zo’n officier van justitie uitspreekt is gebaseerd op één geïsoleerd feit uit iemands bestaan.
Of als je een strafblad hebt: een paar feiten.
En dan nog niet eens op die feiten zelf, maar op de juridische interpretatie daarvan.

Wat zou zo’n negatieve karakterschets doen met een verdachte?
Kijk, ik heb zelf denk ik wel de geestkracht om zo’n oordeel van me af te werpen. Er staan heel veel positieve ervaringen tegenover. In mijn leven betekent het relatief weinig.

Maar hoe zou zo’n karakterschets werken als je ‘m vaak over je heen krijgt?
Als je vaak te horen krijgt dat je een egocentrische asociaal bent?
Misschien ga je het wel geloven.
Gaat het aan je zelfbeeld kleven.
En ga je je ernaar gedragen.

Als je bijvoorbeeld tegen een kind maar vaak genoeg zegt dat het vervelend is, bevestig je het in een bepaalde rol, en versterk je misschien wel juist het gedrag dat je als ‘vervelend’ ervaart.

Over de positieve effecten van ‘straf’ maak ik me niet zo veel illusies. Mensen die beter worden van ‘straf’ zijn, vrees ik, uitzonderingen.
Ik zie eerder het negatieve effect van oordelen die in een strafproces worden uitgesproken.

Ik bedoel: dat ik na weken nog één zo’n opmerking van een officier van justitie aan het herkauwen ben, dat zegt toch wel iets.