 |
AFLEVERING 654
- 4 september 2011
Tenue de ville
Afgelopen week heb ik geworsteld met wat ik aan moest trekken.
Kleding.
De baas van mijn vrouw was uitgenodigd voor de première van de
nieuwe cast van de musical Soldaat van Oranje, maar die baas kon niet.
In zijn plaats gingen mijn vrouw en ik. En de uitnodiging vermeldde: tenue
de ville.
Ik vergeet altijd weer wat zulke termen betekenen.
Een smoking, dat snap ik nog wel.
Bij jacquet begint de twijfel.
En bij avondkleding of ‘tenue de ville’ ben ik de draad al
kwijt.
Normaliter ga ik bij voorkeur gekleed in korte broek met t-shirt, of
polo-shirt.
En thuis loop ik als het even kan op blote voeten.
Van kledingvoorschriften trek ik me doorgaans weinig aan, maar dat mijn
favoriete kledij iets te ‘casual’ is voor een theaterpremière,
dat snap ik ook wel. En het is voor een vrouw niet fijn om in een feestelijke
omgeving naast een voddenbaal te lopen, natuurlijk.
Op internet vond ik dat je bij ‘tenue de ville’ geacht wordt
een donker pak te dragen. Eventueel driedelig, met een vestje. En natuurlijk
met een das, leek mij.
Nou was het al heel lang geleden dat ik een jasje aanhad, maar in een
verder van grammofoonplaten vergeven kamer in ons huis wist ik een kast
met kleding voor een slankere versie van mezelf, en in die kast hingen
dacht ik ook wat jasjes.
In de kast gekeken.
Wel allemaal broeken die ik niet meer aankan.
Maar geen jasjes.
Vermoedelijk bij een vorige aanval van realiteitszin weggedaan.
Nou, geen jasje dus.
Maar een van de min of meer nette overhemden in die kast kon er wel mee
door. En dassen hingen er ook. Zij het vooral gekke dassen.
Mijn vrouw plukte er een neutrale uit.
Die zouden we meenemen.
Voor noodgevallen.
Voor als ze ons zouden weigeren.
Want er moet heel wat gebeuren voor ik een strop om mijn eigen nek leg.
Wat ongemakkelijk in het min-of-meer nette overhemd, in een geklede lange
zomerbroek en in de schaarse schoenen die er niet helemaal afgetrapt uitzien,
vond ik mezelf terug in ons gedeukte autootje, onderweg naar Katwijk,
waar het spektakel zou plaatsvinden.
Op vliegveld Valkenburg werden we hartelijk welkom geheten door een militair
uitziende heer bij een oranje loper met aan weerszijden allemaal première-fotografen.
Geen enkele reactie op het ontbreken van jasje-dasje.
Wij mengden ons tussen het publiek, waarin ik Willeke van Ammelrooy ontwaarde.
En Seth Gaaikema, Paul van Vliet, Edwin de Vries, een prins, Viggo Waas,
Joke Bruijs, Richard Groenendijk en wat vermoedelijke acteurs van wie
de naam me even niet te binnen wilde schieten.
Wat hadden al die mensen aan?
Ik keek om me heen.
Het verschilde nogal.
Ik zag maatschappelijk geslaagde, ballerige types van wie ik vermoed dat
ze in pak en met stropdas om zijn geboren, maar ik zag ook zat heren die
misschien nog wel verder dan ik verwijderd waren van wat mogelijkerwijs
kon doorgaan voor de internetomschrijving van ‘tenue de ville’.
Toegegeven: korte broeken zag ik weinig.
Maar verder had ik me iets te druk gemaakt.
Toen, eenmaal in de zaal, Soldaat van Oranje dan echt begon, heb ik om
te beginnen mijn hemd uit mijn broek gesjord.
De Duitsers konden ons land komen binnenvallen.
Ik was er klaar voor.
|
 |