AFLEVERING 652 - 21 augustus 2011
Tijdmachine


Afgelopen week heb ik de tijdmachine weer eens aan het werk gezien.
Ik heb al eerder in dit programma betoogd dat geluid wat mij betreft werkt als een tijdmachine. Je kunt ermee reizen in de tijd. Met geluid kun je taferelen terughalen die allang verleden tijd zijn.
Je kunt bijvoorbeeld iemand weer laten praten die allang dood is.
Alsof ie weer leeft.
Voor mijn gevoel heeft geluid veel meer zo’n effect dan beeld.
Een foto, een afbeelding, van iemand die is overleden, daar ben je wel aan gewend.
Maar zo iemand’s stem weer horen, dat blijft raar.

Van de week had ik zoiets aan de hand toen ik de ruwe opnames terugluisterde van een gesprek uit 2003 met Leo Ritmeester, de grondlegger van het Rotterdamse bedrijfje Sonopresse. Een piepklein bedrijfje dat tussen 1961 en 1984 de wereld heeft verrijkt met meer dan 100 miljoen flexi-plaatjes. Iets oudere luisteraars kennen die flinterdunne plaatjes wel. Ze werden meestal weggegeven, als reclame.

In de krant De Oud-Rotterdammer verschijnt komende week een verhaal over Leo Ritmeester en Sonopresse. Voor dat doel zat ik die oude opnames te luisteren. Leo zelf kan ik niet meer te spreken krijgen, want die is twee jaar na ons onderhoud overleden.
En dus heb ik uren lang, thuis op mijn werketage, naar de stem zitten luisteren van, feitelijk, een dooie.

Een stem die ik destijds ook bij mij thuis heb opgenomen.
Leo was op zijn oude dag nog failliet gegaan, hij had geen eigen onderkomen meer, logeerde nu eens hier, dan weer daar, dus leek het ’t makkelijkst om maar bij mij thuis af te spreken. In 2003. Acht jaar geleden alweer. Toen mijn vorige hond, Droef, nog tamelijk jong was.
Afgelopen voorjaar heeft die de laatste gang naar de dierenarts gemaakt.
Sinds een maand of twee heb ik een nieuw hondje, Mees. En als ik thuis zit te werken ligt Mees meestal in dezelfde stoel naast mijn buro te pitten als waar eerst Droef in lag.

Het zal Mees van de week niet zijn opgevallen dat de stem die uit de speakertjes op mijn buro klonk, de stem was van een dooie.

Maar wat er toen gebeurde.

Tijdens dat interview met Leo, jaren geleden bij me thuis, ging de bel. Daarop begon Droef destijds te blaffen. En dat klonk nu door de speakers.
Mees stond meteen rechtop in d’r stoel, de oren gespitst.
Waar kwam dat geblaf vandaan?
Wie was die hond?

Het was alsof die twee dieren elkaar even aankeken, door een gat in de tijd, gecreëerd door geluid.