AFLEVERING 649 - 31 juli 2011
Onschuldig

Afgelopen week heb ik me afgevraagd wat sommige anderen van mij zullen denken. Normaliter is dat een gedachte die me niet zo bezighoudt. Maar nu was er een duidelijke aanleiding.
Ik ben weer eens bezig geweest om de troep op mijn werketage thuis op te ruimen. De etage waar ik dit programma maak. Daar staat nogal wat.
En bij dat opruimen stuitte ik op een kratje vol plastic tassen met materiaal dat ik van mensen te leen heb.
Grammofoonplaten, cassettes, fotoalbums, bladmuziek, van alles.
Allemaal materiaal om te kopiëren, of anderszins iets mee te doen.

Een deel van dat spul heb ik al jaren in huis.

Je hoort wel eens mensen zeggen over het een of ander: ja, dat heb ik ooit uitgeleend en nooit meer teruggekregen.
En dan vraag je je af: wie is nou zo harteloos om dierbaar materiaal niet terug te geven?

Van de week, bij het neuzen in dat kratje, voelde ik een vinger naar mij wijzen.
Zouden mensen mij zien als zo iemand die geleende spullen niet teruggeeft?

Ik heb helemaal niet de intentie om het allemaal voor mezelf te houden, maar ik moet vaak woekeren met tijd om alles gedaan te krijgen wat ik wil doen. En bijvoorbeeld het overzetten van cassettes of het inscannen van foto’s is al gauw een tijdrovend klusje.

Mijn vrouw heeft mij door.
Ze ziet hoe doordrongen ik ben van mijn eigen goede bedoelingen.
Hoe ik mezelf in allerlei situaties onschuldig acht.
Zoals de meeste mensen dat doen.

Want hoe werkt het?
Van anderen zie je vooral het gedrag.
De feiten.
En de gevolgen.
Bij jezelf heb je veel meer oog voor de intenties.
Voor de bedoelingen.
Voor je goede bedoelingen, uiteraard.

Er wordt wel gezegd dat op het menselijke vlak het tegenovergestelde van ‘goed’ niet ‘slecht’ is, maar: goed bedoeld.
Zit wat in.

Luisteraars: ik beloof u, ik ga aan de slag met al dat materiaal dat ik te leen heb.
En daarna bezorg ik het zo snel mogelijk terug.
Als mensen dan nog in leven zijn.

Echt waar.
Het is geen kwade wil.
Ik bedoel het goed.

Ik ben onschuldig.