 |
AFLEVERING 645 - 3 juli 2011
Hond en zeik
Afgelopen week ben ik door een hond in de zeik genomen.
Mijn aanstaande en ik hebben sinds drie weken een hondje.
Een hondje van vijf maanden oud dat nog wat worstelt met zindelijkheid.
Ze is al op meerdere kleden in huis neergehurkt.
Inmiddels lijken we het lek grotendeels boven te hebben.
We gaan zes keer per dag met het beestje naar buiten.
Of nou ja: we? Ik dan toch vooral. Mijn aanstaande werkt in een museum,
ik werk grotendeels thuis, dus het is vooral aan mij om de wandelschoenen
aan te trekken voor een vrij strak uitlaat-regime.
Mees, de hond, gaat naar buiten om zeven uur ’s ochtends, daarna
om tien uur, om één uur, vier uur, zeven uur en de laatste
ronde is om tien uur.
Er zijn de afgelopen weken dagen geweest dat ik voor mijn gevoel alleen
maar bezig was om de hond uit te laten.
Maar goed, het is een fase, en het werkt, dus vooruit maar.
Alleen: wat te doen als je een lange boswandeling maakt en je bijvoorbeeld
pas weer thuis bent een half uur voordat de volgende ronde op de rol staat?
Mijn gevoel zei me: dan schuiven we de rondjes een beetje op. En misschien
kunnen we zo een hele ronde uitsparen.
Dat deze hogere wiskunde niet aan de hond is besteed, bleek van de week.
Ik was ’s middags met Mees naar het Kralingse Bos geweest, we waren
pas half vier thuis. Dan ga je niet na een half uurtje weer naar buiten.
We schoven de rondjes een beetje op.
Halverwege de avond, tussen twee opgeschoven rondes in, was Mees onrustig,
hoorde ik achteraf. Ze bleef maar aandacht vragen bij m’n vriendin
boven, terwijl ik beneden zat te werken.
Toen we na de laatste ronde eindelijk in bed lagen, merkte ik iets raars.
Aan mijn kant van het bed leek het matras wel nat.
Ja, het wàs nat.
Nee hè.
Dat gebedel om aandacht was toch hoge nood geweest, en in een moment
van onoplettendheid was Mees naar de slaapkamer geslopen.
Wat te doen?
Licht aan, het bed uit en al het beddengoed verschonen?
Iets in me had er helemaal geen zin in.
Hondenpis in bed is ook voor mij ver voorbij de grens van acceptabele
viezigheid, maar ik was te moe.
Ik sliep er wel omheen.
Morgen maar verder kijken.
Maar een rustige nacht kreeg ik niet.
Het ging spoken.
Onweer. Donder en bliksem.
Enorme knallen.
Ik werd er wakker van.
Ons hondje slaapt aan het voetenend op bed, en we hadden al eerder gemerkt
dat ze bang is voor onweer. Dus ik verwachtte half aan half dat ze tijdens
het nachtelijk noodweer steun bij me zou komen zoeken.
Ze meldde zich niet.
Misschien, zo dacht ik later, vond ze mijn kant van het bed wel te vies.
En geef haar eens ongelijk.
|
 |