 |
AFLEVERING 643 - 19 juni 2011
Hondje
Afgelopen week ben ik een jaar ouder geworden.
Zonder dat ik jarig was.
Het komt door het hondje dat mijn aanstaande en ik hebben geadopteerd.
Een Spaans asiel-hondje dat door een stichting van goedwillende dierenvrienden
naar Nederland is gehaald, en dat de afgelopen twee maanden werd opgevangen
door een gastgezin in Friesland.
Ik had al een keer de hele tocht naar het noorden gemaakt om te kijken.
Nu gingen we samen om het hondje mee te nemen.
Spannend.
Maar dat het zo spannend zou worden als het werd, dat hadden we niet voorzien.
Om te beginnen schrokken we nogal van de drukte van dit beestje.
Springen, ravotten met de andere aanwezige hond, onophoudelijke bijten,
en dan nog de verhalen over poepen en piesen in huis.
Waar begonnen we aan?
Moesten we dit wel doen?
Daar ging onze rust.
Er woedde een kleine storm in onze hoofden.
Maar ach, we hadden nou eenmaal besloten.
Het zou wel goedkomen, toch?
Hondje achter in de auto en richting Afsluitdijk, terug naar Rotterdam.
Na een tijdje ging het beest rustig liggen slapen op de achterbank.
Zo zagen we het graag.
Een rit van een uur of twee bracht ons in onze straat in Rotterdam.
En na dat verhaal over poepen en piesen in huis, leek het ons wel handig
om meteen maar even een wandelingetje te maken. Terwijl mijn aanstaande
wat spullen binnen legde, wachtte ik met ons nieuwe, nog naamloze, hondje
op de stoep.
En toen gebeurde het.
De uitrollijn die we hadden meekregen brak.
En daar ging ze.
Ze holde zo de straat op, tussen het verkeer.
Ik erachteraan, auto’s tegenhoudend, maar ze vluchtte alleen maar
harder en stoof zo de drukke Bergweg op.
Ik hield mijn hart vast, maar er kwam gelukkig net geen auto aan.
Verder ging ze, de Zwartjanstraat in, nog steeds midden op de weg. Doodsbang,
en helemaal het spoor bijster.
Ik holde erachteraan met mijn zware lijf.
Een taxichauffeur zag me en stopte.
Hij zou me wel even helpen en reed snel het hollende beest voorbij. Ik
zag hem verderop uitstappen en manmoedige pogingen doen het beest te lokken.
Vergeefs.
Nu vluchtte ze een zijstraat in, richting het Huis van Bewaring.
Buiten adem holde ik óók die zijstraat in, samen met mijn
aanstaande die me achterna was gesneld.
Maar we zagen het hondje al niet meer.
Dan maar, op goed geluk, doorrennen naar de Noordsingel.
Misschien was ze daar.
En ja hoor, in de verte zagen we een klein wit-bruin hondje.
Ze stond bij twee andere honden. En een vrouw ernaast.
Uit de verte schreeuwde ik naar die vrouw dat ze dat hondje moest pakken.
Dat deed ze.
Buiten adem en over onze toeren arriveerden we.
In gedachten hadden we al naar Friesland gebeld om te zeggen dat het beest
was in de grote stad overreden.
Nu konden we dit radeloze diertje weer aanlijnen, maar nu beter.
Een stuk verder tijdens deze, tumultueus verlopen, eerste wandeling,
zag mijn aanstaande hoezeer ik was aangedaan.
Ze zei: “Nou, ik weet al hoe je je stukje zondag kunt beginnen.
Afgelopen week ... ben ik een jaar ouder geworden.”
Dat was exact wat ik op dat moment liep te denken.
|
 |