 |
AFLEVERING 641 - 5 juni 2011
Tijd
Afgelopen week heb ik de tijd genomen om een hondje te bezichtigen.
Mijn aanstaande en ik willen een hond. Op Marktplaats zagen we een leuk
beestje, een beestje dat is gered uit een Spaans dierenasiel en dat nu –
tijdelijk - wordt opgevangen door mensen in Friesland. Ik ben wezen kijken.
Een heel leuk vuilnisbakkie met een bruin en een blauw oog. Er moeten nog
wat formaliteiten worden afgehandeld, maar zoals het er nu uitziet wordt
dit ‘m.
Met die gedachte in mijn achterhoofd bekeek ik het beest van de week.
Ik dacht: jij weet het nog niet, maar die dikke meneer die hier net is
komen binnenstappen, die ga jij nog heel vaak zien. Al kijkend kreeg ik
een soort visioen van eindeloos veel wandelingetjes rond de Bergsingel,
langs de Gordelweg, door het Lage Bergse Bos, het Kralingse Bos, het strand,
spelen met een bal, zwemmen, mee op vakantie, slapen op de achterbank
in de auto, slapen op de bank thuis, liggen in de stoel op mijn werketage,
een schaduwplekje zoeken in de tuin. En dan, later: strammer wordende
pootjes, niet zo hard meer achter een bal aan hollen, een dunner wordende
vacht, steeds meer slapen en – uiteindelijk, over een jaar of twaalf
of zo – de laatste gang naar de dierenarts.
Alsof ik even door een gat in de tijd het hele leven van deze hond voor
me zag.
Het deed me denken aan een periode van nu zo’n twintig jaar geleden,
toen ik het huis kocht waar ik nog altijd in woon. Het was toen nog te
betalen. Tussen het moment dat de koop rond was en de feitelijke overdracht
zat iets van drie maanden. In die drie maanden fietste ik wel eens door
de straat waar ik ging wonen. En dan dacht ik: wat raar dat dit nou het
huis is waar waarschijinlijk een groot deel van mijn verdere leven zich
gaat afspelen.
Raar, want er staat nog niks van mij in, niets aan dit huis doet aan mij
denken.
Maar ik weet iets dat dit huis als het ware nog niet weet.
Ik weet hoe de toekomst er naar alle waarschijnlijkheid uitziet.
Ik weet iets over ‘de tijd’.
Het is een vreemd, beetje ongrijpbaar concept, ’tijd’.
Ik heb wel eens gebroed op een programma waarin je mensen schijnbaar eenvoudige
vragen voorlegt.
Zoals: wat is ‘tijd’?
Je kunt het nergens aanwijzen.
Ja, je kunt zeggen: tijd is wat een horloge aanwijst.
Op dat vlak heb ik ook eens iets meegemaakt.
In mijn tienerjaren ben ik herhaaldelijk op een zogeheten zeilkamp geweest,
op De Kaag, bij Leiden.
Zeilles, met instructeurs die maar een paar jaar ouder waren dan de ‘leerlingen’.
Tijdens een stoeipartijtje aan boord van een zeilboot vloog het horloge
van een van de instructeurs af. Ik geloof dat de gesp brak. Ik zag het
horloge zo het water in zeilen.
Ik zag het gaan.
En ik herinner me vooral hoe dat horloge als het ware halverwege z’n
val in de lucht hing.
Het was er nog, en er was nog niks mis mee, maar je kon er al niet meer
bij.
Ik denk er geregeld aan, en dan zie ik dat beeld voor me.
Een vallend horloge boven het water.
De toekomst van dat horloge lag halverwege de val al vast.
De toekomende tijd liet zich al aflezen.
Zoals bij een huis waarvan je de sleutel nog moet krijgen.
En een hond die je nog moet ophalen.
We hebben zelfs al een naam bedacht.
Een naam die we de laatste dagen geregeld bezigen.
Als voorschot op de toekomst.
|
 |