AFLEVERING 640 - 29 mei 2011
Spaanse honden


Afgelopen week is een onbestemd soort wantrouwen over me gekomen. Tijdens het zoeken naar een hond.
Een paar maanden geleden heeft Droef, de hond die jaren lang heeft gefigureerd in deze radio-praatjes, de laatste gang naar de dierenarts gemaakt, en mijn vriendin en ik zijn klaar om aan nieuw honden-hoofdstuk te beginnen.

We weten zo’n beetje wat we willen.
Een vrouwtjeshond, een teefje zogezegd, van niet al te grote afmetingen, maar ook niet te klein, en ook niet heel oud, en met een goeiig, meegaand karakter. Iets in de hoek van labrador, retriever, kooiker. Maar een leuk uitgepakte vuinisbak is net zo goed.

Wat doe je dan?
Je kijkt op internet.
Op de sites van diverse dierenasiels, en op Marktplaats.

Daar wordt van alles aangeboden.
Je gaat kijken en vergelijken.
Met al gauw een wat ongemakkelijk gevoel.
Al die dieren in de etalage.
Met hun eigen verhaal, hun eigen tragiek.
Je gunt ze allemaal een goed onderkomen.
Maar intussen zit jij die dieren – levende wezens - aan te klikken en te beoordelen als een verwende digitale shopper.

Dit verhoudt zich tot hoe je het zou willen zoals prostitutie zich verhoudt tot echte liefde.

Eigenlijk wil je gewoon spontaan een leuk hondje tegenkomen.
Op een heel natuurlijke, ongedwongen manier.
Maar de kans daarop is vrij klein.

Wat me van de week ook opviel: negen van de tien honden op Marktplaats komen uit Spanje. Geredde zwerfhonden, beesten uit dierenasiels. Zo te zien zijn er nogal wat stichtingen in Nederland die zich bekommeren om het lot van die dieren daar.

Nobel, maar hoe kan het, dat het er zo veel zijn?
Je ziet op Marktplaats zo veel honden uit Spanje dat je er gewoon achterdochtig van wordt.
Zit daar soms een raar handeltje achter?

Van de week moest ik opeens denken aan een verhaal van mijn vader - God hebbe zijn ziel. Hij was arts, en in zijn studententijd moest hij natuurlijk oefenen in de snijzaal. Oefenen met snijden, op lijken.
Tegenwoordig zijn er geloof ik lijken in overvloed. Nogal wat mensen stellen hun lichaam na hun dood ter beschikking aan de wetenschap. Maar eind jaren veertig, begin jaren vijftig, was er een ander aanvoerkanaal, zo vertelde mijn vader.
In de snijzaal arriveerden met zekere regelmaat vaten met negerbenen, uit Afrika.
Vaten met negerbenen uit Afrika.
En ik geloof: alleen maar linkerbenen.

Hoe dat precies zat, daar is mijn vader nooit achtergekomen, maar als je erover nadenkt, slaat je fantasie al gauw op hol. Richting achterdocht.

Ik kijk verder op internet.
Misschien zwichten we wel voor zo’n Spaanse stakker.
Maar als iemand hier in de buurt een leuke hond weet, houd ik me aanbevolen.