 |
AFLEVERING 639 - 22 mei 2011
Dozen
Afgelopen week heb ik me even een min of meer verlichte geest gevoeld. Tijdens
het doorspitten van heel wat verhuis- en bananendozen vol cd’tjes.
U kunt zich voorstellen dat bij Radio Rijnmond aardig wat cd’s
binnenkomen. Te veel om allemaal te draaien in programma’s, en vaak
ook niet zo geschikt.
De meeste van die cd’s worden niet bewaard.
Wat gebeurt er dan mee?
Die gaan naar mij.
En ik pluis alle ‘afgekeurde’ cd’s door, op zoek naar
iets curieus waar ik wat mee kan in het Opkamertje.
Bij nogal wat van die dingen is de aanblik al bijna voldoende.
Een Nederlandse zanger of zangeres die zich bedient van alleen een voornaam,
die groot met zijn of haar hoofd op het hoesje staat, en die liedjes brengt
die, te oordelen naar de titels, op een wat algemene manier gaan over
de liefde.
Eigenlijk weet je het dan al.
Kansloze clichés.
Maar ik wil me niet laten leiden door vooroordelen.
Er kan iets geks tussen zitten.
Iets moois zelfs.
Ik ben ook wel eens iets bijzonders tegengekomen dat er - aan de buitenkant
- niet veelbelovend uitzag.
Dus bewaar ik ook die zo op het oog clichématige cd’tjes
om te beluisteren.
Alleen: waar haal ik de tijd vandaan?
Zelfs na een eerste schifting van de week had ik nog tien volle verhuisdozen
over.
Toen ik die zo eens aanzag, realiseerde ik me wat het voordeel is van
vooroordelen.
Het scheelt je heel veel tijd.
Daar komen ze natuurlijk ook vandaan, vooroordelen.
Ze komen voort uit een soort geestelijk gemakzucht.
Niet iets waar ik graag aan meedoe, geestelijke gemakzucht.
Het mag dan een hoop werk zijn, het doorluisteren van al die cd’s,
je kunt iets opmerkelijks tegenkomen, en je kunt in elk geval over jezelf
blijven denken als over iemand met een open geest.
Wat ook wat waard is.
Dat zat ik van de week zo allemaal te filosoferen in mezelf.
En ik dacht: daar kan ik wel een stukje van maken voor de zondagochtend.
Wat ik tegenwoordig nog wel eens doe is de gedachtengang van zo’n
mogelijk stukje testen op mijn vriendin.
Ze luisterde het van de week aandachtig aan.
Toen ik klaar was, trok ze heel rustig het fileermes.
Ja, zei ze, maar het is natuurlijk ook dat je geen keuzes maakt. Je legt
jezelf nauwelijks beperkingen op. Voor jou is alles even belangrijk. Dan
krijg je dit. Dan ben je altijd ad hoc met dingen bezig.
Zo.
Daar zat ik met m’n dozen.
En met mijn nobele zelf.
|
 |