AFLEVERING 638 - 15 mei 2011
Rob Wiegman


Afgelopen week heb ik me weer eens de scharrelaar gevoeld die ik voor een groot deel ben.
Het was bij het afscheid van Rob Wiegman als directeur van het Luxor Theater in Rotterdam.
Rond het vertrek van Rob was een groot feestprogramma opgetuigd in de cultuurtempel op de kop van Zuid die we voor een niet onbelangrijk deel aan hem hebben te danken.
Ik ben zelf niet zo van het massale eerbetoon, ik ben überhaupt niet zo van de grote evenementen, ik ben ook meer van de kleine theatertjes dan van zo’n grote bak als het Nieuwe Luxor. Maar ik zie ook wel dat dat het Nieuwe Luxor een belangrijke functie heeft en dat Rob iemand is die met zijn aanstekelijke enthousiasme echt iets voor elkaar krijgt, voor het publiek en voor artiesten.
Al voordat er sprake was van een Nieuw Luxor, en er alleen nog maar het Luxor aan de Kruiskade was, hoorde ik al van cabaretiers en muzikanten dat ze de sfeer daar zo prettig vonden. Ze voelden zich zo welkom.
Wat mij de verdienste lijkt van een directeur, en van de mensen die hij om zich heen verzamelt.

Een feestelijk afscheid. En ik wilde er – ondanks mezelf - bij zijn. Alleen al omdat tijdens de afscheidsavond iets zou worden opgevoerd uit de voorstelling ‘n Avondje in de Oase. Een heel Rotterdamse voorstelling die ik in december heb gezien, en opgenomen.
En, nou ja, misschien kon ik ook van deze avond nog wel wat voor de radio gebruiken ook.
Collega’s zouden het opnemen.

Erheen dus.
Alleen: ik ben een beetje een a-typische theaterbezoeker.
Ik heb al gauw geen zin om een hele avond op een stoel te zitten. En ik heb geen zin om me netjes aan te kleden.
Een scharrelaar.

Ik erheen, op de fiets, in korte broek, en zonder kaartje, met het idee om via de collega’s bij de laadruimte het theater binnen te stappen, van achter uit de zaal stukjes van het programma te bekijken en verder wat aan te pappen met bekenden in de bezoekersfoyer, en in de artiestenfoyer, achter het podium.
Een beetje hoe ik me ook altijd beweeg in het Luxor als ik daar ben om verslag te doen van het cabaretfestival Cameretten.

Het leek allemaal probleemloos.
Tot ik na een paar keer heen en weer lopen werd tegengehouden door een jonge jongen met een walkie talkie.
Wie ik was en waar ik heen wilde.
Nou, van Radio Rijnmond, en ik wilde gewoon even de coulissen in, en daarna naar de zaal.
Ja maar dat kon zomaar niet. De coulissen zeker niet. En de voorstelling was bezig, dus ik kon niet zomaar de zaal in.
Ik zei dat ik dit wel vaker deed, en dat door de dubbele deuren achter in de zaal niemand last van me had.
Nee, dat kon niet. Hij zou iemand oproepen om me te begeleiden.
Na een eeuwigheid kwam er een jongedame - met ook een walkie talkie - die me begeleidde naar een ingang waar ik in m’n eentje ook naartoe had kunnen lopen.
Verder onbekommerd rondbanjeren leek me lastig worden.
De lol was er ook een beetje af.

Het zette me aan het denken.

Wat ging hier mis?
Kon ik die jongelui met hun walkie talkies een zekere starheid verwijten?
Had ik gewoon de pech dat ze me niet kenden?
Of liep ik tegen de verzakelijking aan die nou eenmaal kleeft aan een grote organisatie?

Ik kwam er niet helemaal uit.
Maar mijn gevoel zei me dat ik hier niet echt op m’n plek was. Het einde van de avond heb ik ook niet afgewacht.
Zoals ik naar binnen was gescharreld, scharrelde ik ook weer naar buiten.