AFLEVERING 635 - 1 mei 2011
Vierkante meter


Afgelopen week heb ik weer eens ervaren hoeveel je kunt meemaken op een paar vierkante meter. Op de pakweg veertig vierkante meter van het tuintje achter het huis waarin ik woon, met vriendin en twee poezen.
Vorige week schetste ik de situatie in dat tuintje: een klimop met een paar vogel-nesten, poezen die je het gunt om buiten rond te scharrelen, het daaruit voortvloeiende dreigende lot van jonge hulpeloze vogeltjes die het nest verlaten, mijn vriendin die geneigd is om de natuur z’n wrede gang te laten gaan en ik die het nauwelijks kan aanzien allemaal.

Na de uitzending kreeg ik lichte kritiek.
Mijn vriendin vond dat ik haar iets te hardvochtig had neergezet in mijn praatje op de radio. Misschien konden we de poezen toch op tijd even binnenhouden.
Goed.

Maar toen.

Zondagavond zaten we rustig in de tuin met een krantje, een boekje, en een koppie thee, toen ineens een enorm tumult uitbrak. Paniek bij de merel-ouders die we steeds naar hun nest hadden zien vliegen. Ze werden overvallen door een ekster en krijsten dat het een aard had.
Of de ekster al een jong te pakken had, konden we niet goed zien, maar eksters zijn nestrovers, dus het zou best kunnen.
De merels gingen de indringer in elk geval gezamenlijk achterna, en we zagen ze niet naar het nest terugkeren.

Wonderlijk.
Maak je je zorgen over wat je poezen voor kwaad kunnen aanrichten in een jong merel-gezin, komt het gevaar uit heel andere hoek.

Nou ja, afwachten maar.

In de dagen na deze brute overval zagen we de merels toch weer geregeld naar het nest komen. Dus we gingen er van uit dat er in elk geval nog één jong over zou zijn.
We leefden mee. Mijn vriendin ook. Het waren duidelijk ook háár merels geworden.

Tegen het eind van de week hoorden we op een avond weer tumult uit de tuin. We lagen op de bank, binnen, en uit het vogelgeluid beneden in de tuin sprak eenzelfde soort paniek als eerder.
Ik sprong op en ging uit het raam hangen, gevolgd door mijn vriendin. We zagen niet wat er aan de hand was. Geen ekster, geen poezen.

Maar net toen we aanstalten maakten om de trap af te gaan om eens poolshoogte te gaan nemen, hoorden we weer vogelgekrijs. Alleen leek het nu voor een belangrijk deel uit de zitkamer te komen, achter ons.
De poezen hadden een mereljong te pakken. En ze hadden dat jong twee poezenluikjes door en twee trappen op mee naar binnen gesleept.

Meteen kwamen we in actie.
Mijn vriendin pakte het jong op, dat nogal tegenstribbelde, maar niet zichtbaar gewond was. Ik hield de poezen op afstand.
Vervolgens de trappen af, poezenluik op slot gedaan en het jong weer in de tuin gezet, waar het al snel naar een beschut plekje hipte.

Hopelijk zou ie het redden.
De katten kregen een paar dagen huisarrest.
Vanachter glas keken we of de merel-ouders terugkwamen.
Dat deden ze.

En zo is de situatie nu.
Het mereljong krijgt een paar dagen de tijd om te leren vliegen.

Mijn vriendin spint intussen op een zekere rehabilitatie.
Na al onze ‘avonturen’ opperde ze – min-of-meer voor de grap – dat ze nu graag zou worden neergezet als kordate vogel-redder.
En wie ben ik om dat te weigeren?

Er kan een hoop gebeuren op een paar vierkante meter in de tuin, maar natuurlijk nog meer op een paar vierkante centimeter in je hoofd.