 |
AFLEVERING 628 - 27 februari 2011
Mailtjes
Afgelopen week heb ik weer eens gekeken hoeveel onbeantwoorde mailtjes er
in mijn computer zitten.
Mijn emailadres is te vinden op de site van Radio Rijnmond.
Het staat ook steeds in de krant De Oud-Rotterdammer bij de stukjes die
ik daarin schrijf, met m’n telefoonnummer.
En verder strooi ik mijn gegevens ook onbekommerd rond.
Mensen weten me te vinden.
En dat is fijn.
Want ik krijg vaak waardevolle tips, antwoorden op vragen die ik stel, en
niet zelden ook leuk geluidsmateriaal.
Die stroom mails vraagt om ordening.
Beantwoorde mails berg ik op, de rest blijft voorlopig staan in de zogeheten
inbox van mijn mailprogramma.
Onder in het venster van die inbox houdt een tellertje het aantal berichten
bij.
Een tijd lang heb ik geprobeerd het aantal onbeantwoorde mails onder
de 2000 te houden.
Inmiddels krijg ik de teller niet meer onder de 3500.
Er komt aanzienlijk meer op me af dan ik aankan.
Sommige mails beantwoord ik meteen, andere raken ondergesneeuwd.
Sommige mensen die mij iets vragen hebben de volgende dag een cd’tje
in de bus met iets bijzonders, anderen horen nooit iets op hun vraag.
Wat mij betreft zit daar weinig systeem in, maar ik kan me voorstellen
dat degene die snel antwoord krijgt me dankbaar is, en me een aardige
vent vindt, en dat degene die nooit wat terughoort minder positieve gedachten
over me heeft.
Zo kreeg ik laatst een wat bezorgd mailtje van een vriend die mij vroeg
of hij iets verkeerds had gedaan of zo.
Op zijn twee eerdere mails had ik niet geantwoord. Evenmin op zijn voicemail-bericht.
Ik kon hem geruststellen: niks aan de hand.
Gewoon druk.
Op een ander had mijn radiostilte laatst een nog ernstiger effect.
Ik had op internet geboden op wat oude programma-boekjes van een Rotterdamse
artiest. Ik was de enige bieder. Dus ik dacht: die zijn voor mij. Maar
toen opeens waren de advertenties verdwenen.
Ik had een vermoeden wie ze had geplaatst, en mailde hem.
Hij was het inderdaad, maar hij wilde de handel niet aan mij verkopen.
Hij gunde het me niet. Want hij was erachter gekomen dat ìk niks
voor hèm overhad.
Wat bleek? Ik had ooit beloofd iets voor hem te kopiëren en was
mijn belofte nooit nagekomen.
Straal vergeten.
Ik vond zijn reactie nogal overtrokken, maar ik geef toe dat in de veelheid
van communicatie de zorgvuldigheid wel eens in het gedrang komt.
Dat kan bijna niet anders.
Je moet natuurlijk ook uitkijken dat je je niet laat opjagen door die
veelheid.
Ik had het er van de week over met m’n vriendin.
Of ik er iets aan ging doen.
De stroom emails indammen?
Wat minder kwistig met m’n telefoonnummers en emailadressen strooien?
Ik dacht het niet.
Voorlopig wegen de voordelen ruimschoots op tegen de nadelen.
Ik zie het er alleen wel van komen, misschien al over een jaar of zo,
dat ik met een zekere weemoed terugdenk aan de dagen dat de teller op
‘nog maar’ 3500 stond.
En dat ik dan denk: wat viel het eigenlijk mee, toen.
|
 |