AFLEVERING 627 - 20 februari 2011
Schoenen


Afgelopen week heb ik de clinch gelegen met schoenen.
Met nieuwe schoenen.
Net als, geloof ik, vrij veel mannen, houd ik niet zo erg van schoenen of kleren kopen.
Als ik iets heb gevonden dat goed zit, en waarmee ik niet helemaal voor aap loop, draag ik dat wat mij betreft verder altijd. Voor mijn part: de rest van mijn leven.
Als het kapot is, of versleten, koop ik het liefst gewoon van datzelfde type een nieuwe, of een nieuw paar.

Zo loop ik al jaren op dezelfde soort schoenen.
Van die wat ballerige bruinleren schoenen met gaatjes.
Ze zijn nogal duur, maar ja, ze moeten bij mij tegen een stootje kunnen.
Er werken nogal wat krachten op dat schoeisel.
Ik weeg iets van 110 kilo, ik heb schoenmaat 46, soms 47, en mijn voeten zijn breder dan gemiddeld.
Van die dure schoenen bestaat een extra brede uitvoering, en ik loop er, met tussentijds verzolen, een paar jaar op.
Meestal loop ik ze helemaal kaal.
Ik ben een beetje onbehouwen en daar is bijna niet tegenop te poetsen.

Het jongste paar van die ‘brogues’, zoals ze geloof ik heten, is nu zo ver heen dat bij mijn rechter kleine teen het leer helemaal door is.
Er zit een gat in.

Dan houdt het ook voor mij een beetje op.

Weer van diezelfde kopen?
De behoudzuchtige winkel-mijder in mij zegt ja.
Maar mijn vriendin vindt die schoenen niet zo mooi.

Van de week was er uitverkoop bij een buitensport-winkel waar ik wel eens kom. En ik zag daar wel aardige wandelschoenen met enorme korting.
Schoenen om serieuzere wandelingen mee te maken dan ik ooit zal doen, maar toch.
De grootste maat gepast, 46. Voelde goed. Ik deed ze in de doos en maakte aanstalten om naar de kassa te kuieren.
“Zijn ze wel groot genoeg?” vroeg een verkoopster die eigenlijk vrij intensief met een andere klant bezig was om de juiste maat te bepalen.
Ik wimpelde de vraag weg door te zeggen dat ik ze had gepast.

Thuis showde ik mijn vriendin de aanwinsten.
Deze sportieve stappers konden haar goedkeuring meer dan wegdragen. Heel wat beter dan die oude.
“Zijn ze groot genoeg?” vroeg ook zij nog even.
Voor mijn gevoel waren ze groot genoeg, ja.

Alleen: deze herhaalde vraag raakte aan een klein trauma’tje.
Jaren geleden heb ik eens in de Verenigde Staten wandelschoenen gekocht. Die dingen zijn daar in het algemeen veel goedkoper dan hier.
Bij het passen in de winkel zaten ze goed.
Maar u voelt ‘m aankomen, toen ik ze eenmaal echt ging dragen bleken ze toch nèt iets te klein.
Ik heb ze twee keer een halve dag of zo geprobeerd, en ze toen in de kast gezet.

Hoe weet je of schoenen de goede maat zijn?
Dat de boel in de winkel nergens lijkt te knellen, zegt niet alles.
Van de week leerde ik dat je bij wandelschoenen even de binnenzool eruit moet halen. Dat je òp die zool moet gaan staan, met je hiel gelijk aan de achterkant. En dat je dan aan de voorkant nog een vingerdikte moet overhouden.

Ik dat proberen met de binnenzolen van mijn nieuwe schoenen.
Nou, als wat-ik-overhield de dikte was van een vinger, dan was het van maar een héél klein vingertje.

De volgende dag ben ik teruggaan naar de winkel, op mijn goede, oude versleten brogues, waarvan ik jaren lang steeds dezelfde maat kocht.
Gelukkig konden ze die wandelschoenen in een grotere uitvoering voor me bestellen, maar ergens van binnen voelde ik een kolossaal gewoontedier zijn schouders ophalen.
Alsof het wilde zeggen: “Zie je wel? Dat krijg je d’r van.”