AFLEVERING 625 - 6 februari 2011
Droef


Afgelopen week heb ik een hond zien sterven.
De hond die vaak heeft gefigureerd in de openingspraatjes van Archief Rijnmond.
Droef.
Ruim 13 is ze geworden.
Ongeveer zo oud als dit programma.

Na mijn scheiding, afgelopen zomer, zag ik Droef nog maar zo nu en dan.
Maar toch.
Iedereen die wel eens een hond heeft laten inslapen, zal weten hoe hartverscheurend zo’n afscheid is.

Het zette me ook aan het denken.
Over het laatste afscheid in het algemeen.

Hoe gaat dat meestal, bij mensen?
Vrienden en familie van de overledene komen samen, er is muziek, er zijn wat toespraken, en je drinkt en eet wat met z’n allen.

Voor een huisdier kun je ook zoiets organiseren, maar dat zou al gauw potsierlijk aandoen. Toch heb ik van de week gemerkt dat die elementen van een crematie of begrafenis haast vanzelf tot je komen, ook als je niks organiseert.
Blijkbaar sluiten ze aan bij een soort natuurlijke behoefte.

Mijn ex-vrouw en ik hebben de hond van de week samen naar de dierenarts gebracht. Samen waren we bij het inslapen.
Na afloop hebben we bij haar thuis nog herinneringen opgehaald aan ons leven met Droef.
Aan die keer dat ze over een muur sprong, bij een strand in Frankrijk, en we haar niet meer zagen.
Hoe ze door het ijs van de Bergsingel zakte.
Hoe gedetailleerd je met haar kon communiceren.
De leuke concurrentiestrijd om een stok met de bevriende hond Coen, die al eerder is toegetreden tot de hondenhemel.

Anekdotes en voorvallen die bij een overleden mens een weg zouden vinden in de toespraak in het crematorium.

Muziek was er ook.
Een beetje als troost had ik voor mijn ex-vrouw een cd’tje meegenomen met daarop opnames van een gezelschapje dat we ooit samen in Tejatro Popular in Rotterdam hadden zien optreden. Het was bij een of ander open podium. Ik herinner me een gitarist, iemand op accordeon en twee zingende zussen, met Ierse liedjes. Namen vergeten. Maar: aardige muziek.
Ik had al lang geleden beloofd dit voor haar op cd te zetten.
Nu luisterden we er samen naar met een kop thee, als was het de nazit van een crematie.

Alle elementen waren er.
Er was alleen één belangrijk verschil met een ‘gewone’ crematie waardoor zo’n afscheid iets heel raars heeft. En waardoor het misschien ook wel heftiger binnenkomt dan het afscheid van een mens.

Normaliter is de centrale figuur bij een crematie of begrafenis ergens in de week ervoor overleden.
Het is al gebeurd.

Zo niet bij een hond die je laat inslapen.
Die veert toch nog een beetje op als je de halsband pakt voor z’n laatste wandelingetje.
Die slobbert nog wat water uit z’n bak, onwetend dat dit de laatste slokken zijn.
Die kuiert mee naar de dierenarts.
Kwispelt zelfs nog vaagjes onderweg.
En die ondergaat gelaten het prikje waardoor ie in slaap valt.

Een brave hond.
Tot de laatste snik.