 |
AFLEVERING 621 - 9 januari 2011
Stemming
Afgelopen week heeft het fenomeen ‘stemming’ me weer eens verbaasd.
‘Stemming’. Hoe je je voelt.
Dat kan enorm verschillen.
Ergens afgelopen week werd ik een keer ’s nachts om vier uur wakker,
in bed, en ik voelde me intens gelukkig.
Ik lag daar echt in- en in-gelukkig te wezen.
Twee nachten later werd ik ook rond die tijd wakker, en voelde ik me als
een wrak. Ik moest enorm piesen, was moe, en lag daar engiszins problematisch
het moment uit te stellen om de trap op te strompelen naar de wc.
En ‘s morgens was ik er niet beter aan toe.
Wat een verschil.
Dan kan het bijna niet anders of je gaat je afvragen waar dat verschil
door komt.
En wat dat eigenlijk voor een raar iets is, ‘stemming’.
Mijn vriendin trekt graag de vergelijking met het licht, buiten.
Zoals het licht buiten alle dingen kleurt, zo kleurt stemming je beleving.
Bij grauwe luchten en regenvlagen, zoals de afgelopen dagen, ziet de
wereld er heel anders uit dan in de rode schemer van een windstille, warme
zomeravond.
Zoiets is het.
Ik probeer daar rekening mee te houden in mijn werk voor de radio.
Ik luister veel muziek.
Sommige muziek is zonder meer heel leuk, andere muziek is overduidelijk
niet geschikt voor de radio.
Daartussen zit een groot gebied waar stemming mijn waardering kan kleuren.
Als iets voor mijn gevoel in dat gebied zit, luister ik het later nog
eens, in een andere bui.
Blijft de vraag: waar komt zo’n bui vandaan?
Wat veroorzaakt je stemming?
Bij het licht buiten kun je nog wel aanwijzen waar het mee te maken heeft.
Met bewolking, met het tijdstip van de dag, met het seizoen. Dat soort
dingen.
Voor het licht van binnen, voor je stemming, ligt het allemaal gecompliceerder.
Hoe komt het dat je je het ene moment geweldig voelt, en het andere moment
miserabel?
Ik weet van mezelf dat het licht van binnen nogal te maken heeft met
het licht van buiten. Ik heb last van winterdepressies. Die bestrijd ik
onder meer met een speciale lamp die daglicht simuleert. Dat helpt, een
beetje. Ik denk in elk geval dat dat euforische gevoel waarmee ik van
de week een keer ‘s nachts wakker werd, daarmee te maken had. Ik
had daarvoor weer twee dagen ’s morgens een uurtje voor m’n
lamp gezeten.
Maar meestal is het niet zo duidelijk waar ‘stemming’ vandaan
komt.
Ja, soms kun je het terugvoeren op een kleine gebeurtenis.
Iemand heeft iets tegen je gezegd dat als een soort grillige tak in een
rivier is terechtgekomen. Vervolgens is er van alles aan die tak blijven
hangen en nou zit je met een enorme bult waar het water nauwelijks meer
langs kan.
Dat komt voor.
Maar de volgende keer zegt iemand misschien precies hetzelfde, en valt
er helemaal geen tak, of spoelt de tak snel weg in de stroom.
Waar zit dat verschil in?
Wist ik het maar.
Dat licht van binnen, dat blijft uiteindelijk een duistere zaak.
|
 |