 |
AFLEVERING 619 - 19 december 2010
Metafoor
Afgelopen week heb ik een nieuwe metafoor opgedaan.
Een nieuwe wat?
Een nieuwe metafoor.
Een vorm van beeldspraak, een vergelijking.
Zoiets als: honger hebben als een leeuw.
Zo duf als een konijn.
Een beer van een vent.
Dat werk.
Maar van de week had het weinig te maken met het dierenrijk.
De metafoor die ik van de week opdeed, werd ingegeven door de techniek.
Wie een beetje terugkijkt in de afgelopen paar honderd jaar ziet dat
het menselijk lichaam vaak is vergeleken met de nieuwste techniek van
het moment.
In de tijd van de stoommachine werd naar het lichaam gekeken als naar
... een stoommachine.
En toen de computer zijn intrede deed, begonnen mensen te spreken over
onze hersenen als over een heel ingewikkelde computer. Met ons geheugen
als harde schijf.
Van de week werd daar in huize Vonk iets aan toegevoegd.
Huize Vonk, waar ik werk, en waar ik deze inleidende verhaaltjes schrijf.
Niet zelden gaat het in deze verhaaltjes over dingen die mislopen. Lichamelijk
ongemak. Griep, verkoudheid, een gebroken voet, kaal worden, doofheid,
migraine, hoofdpijn, rugpijn, afbrokkelende kiezen. En anders wel depressiviteit.
Noem het, en ik heb het er al eens over gehad.
Ik weet dat sommige luisteraars dat leuk vinden om te horen. Hoe ellendiger,
hoe beter.
Maar daar doe ik het niet voor.
Althans: niet alleen.
Ik vertel over wat me bezig houdt.
En hoewel ik mezelf niet als ongelukkig beschouw: ik mankeer vaak wat.
Die praatjes op de radio zijn nog maar een flauwe afspiegeling van mijn
geklaag in huiselijke kring.
Mijn vriendin, met wie ik nu een paar maanden samenwoon, is er inmiddels
ook van doordrongen.
Na het opstaan ’s morgens is er niet zelden eerst een medisch communiqué.
Waar zijn vandaag de klachten?
Van de week zei ze bij zo’n matineuze sessie dat ze het gevoel
heeft dat ik een soort webcam van binnen heb. Een camera die voortdurend
registreert of er ergens iets aan de hand is.
Een interne webcam.
Een mooie metafoor.
Ik was er echt door getroffen.
Computer, harde schijf, webcam.
Na het ontbijt stapte mijn vriendin op de fiets naar haar werk, ik bleef
thuis zitten rommelen met mijn muziek.
In de loop van de dag mailden we, zoals we meestal doen.
Ze vroeg of er nog iets op de webcam was.
Naar waarheid moest ik zeggen: nee.
Ik voelde me wel goed.
Er was niks op de webcam.
Maar ik kon niet nalaten eraan toe te voegen: hij zal toch niet stuk
zijn?
|
 |