AFLEVERING 617 - 05 december 2010
Bewondering

Afgelopen week ben ik op een wat ongemakkelijke manier bewonderd. Thuis, tijdens het klussen.
Nu ruim een maand of zo ben ik af en aan bezig in huis. Begin september is mijn vriendin bij me ingetrokken en dat was het startsein om de hele inrichting te heroverwegen.
We doen veel samen, maar sommige klusjes doe ik alleen, en van de week sprak mijn vriendin een zekere bewondering uit voor de zorgeloosheid waarmee ik dingen aanpak.
Ik lijk nergens bang voor. Ik doe gewoon.

Natuurlijk ben ik geen bouwvakker, er is veel waar ik niet echt verstand van heb, maar bij heel veel werk voel je wel zo’n beetje aan hoe het moet, en al herhaaldelijk heb ik de kunst afgekeken bij echte vaklui, en bij professionele zwartwerkers.

Zo heb ik eens zelf een muur gesloopt in huis.
Ik had gezien hoe dat ging, en had gedacht: dat kan ik ook. Dus: van die steunen gehuurd, die de vakman ‘stempels’ noemt, twee gaten gemaakt, stempels erdoor om de boel tijdelijk te stutten, een gleuf uit de muur gehakt, daar een lateibalk ingehangen, de boel dichtgemetseld, de stempels er af, de rest weggesloopt en de handel afgewerkt.

Ik had het nog nooit gedaan, maar het ging goed.
Het zit er nog altijd. En er is nooit ook maar een scheurtje in die hele muur gekomen.
Die muur is een soort permanente bron van voldoening.
En zelfvertrouwen.

Maar nu het klussen van de afgelopen weken.

Mijn vriendin en ik wonen in een nogal groot huis, temidden van vrij veel grammofoonplaten.
Met de herschikking waar we nu in zitten, wordt de vroegere logeerkamer een extra muziekkamer met een kamerbrede platenkast van vloer tot plafond.
Daar komen straks allemaal platen in die nu nog het kleine opkamertje bevolken en de weg versperren op de overloop van mijn werkverdieping.

Dat wordt een flink gewicht alles bij elkaar.

Van de week dacht ik zo eens na over de vloer waarop dit alles gaat drukken, en de muur die eronder zit.
Nou ja, muur.
Ook daar zit een doorbraak.
Voordat ik elders in huis zelf aan de slag ging, heb ik hier eerst een stuk muur laten weghalen.
In mijn herinnering was dat alleen niet helemaal volgens de regelen der kunst gegaan.

Wat hadden die werklui nou gedaan, lang geleden?
Hadden ze alleen geen stempels gebruikt, of hadden ze er helemaal geen lateibalk ingehangen, omdat er toch niet zo veel gewicht op drukte?
Of was zoiets nou aan de andere kant van het huis gebeurd?
Ik wist het niet meer.
Maar het leek me raadzaam om mijn vriendin voor te bereiden op het ergste.

“Het kan zijn dat als die kasten boven staan, er scheuren trekken in die muur,” wees ik, in de zitkamer. “Dan moet ik de boel openbreken en er alsnog een lateibalk inhangen.”

Ik probeerde mijn woorden zo zorgeloos mogelijk te laten klinken.
Maar natuurlijk knijp ik ‘m een beetje.

De kasten staan nog niet, laat staan dat ze gevuld zijn met duizenden lp’s.
Maar ergens van de week hoop ik zover te zijn.

Als het misgaat, en de bewondering met brokstukken en al naar beneden komt zeilen, hoort u het.
En ik ook, ben ik bang.