 |
AFLEVERING 615 - 21 november 2010
Griep-achtig idee
Afgelopen week ben ik min of meer blij geweest met iets dat op griep leek.
En daarmee ben ik gaan inzien hoezeer mijn vriendin gelijk heeft met een
van haar credo’s.
Ze zegt nogal eens: een mens leeft bij ideeën.
Een mens leeft bij ideeën.
Het wordt zo wel duidelijk.
Het verhaal begint op maandag.
Afgelopen maandag, de eerste dag met een lege agenda na twee weken drukte.
Even wat lucht.
Het enige dat ik me had voorgenomen voor deze dag, was: naar de sportschool.
Ik had een week gespijbeld kwa sporten, er was gewoon geen tijd voor geweest,
nu moest ik echt weer die drempel over.
En ik moest in m’n eentje, want m’n vriendin was de deur uit,
aan het werk.
Zoals wel vaker had ik thuis startproblemen.
Eerst even een krantje lezen op de bank.
Boterham erbij. Pot thee.
Dan door de stapel reclamefolders.
Nog even wat checken op internet.
Nog maar weer eens een boterham.
Weer een pot thee.
Ik kwam tot niks.
En ik vroeg me af waar die lamlendigheid vandaan kwam.
Was dit het begin van een nieuwe winterdepressie?
Nee toch, hè?
Of was het eenvoudigweg vermoeidheid na het klussen in huis, en het op
pad zijn voor de tv, waar ik twee weken mee heb gevuld?
Of zou het te maken hebben met al die grote veranderingen in mijn leven?
Ik woon nu met mijn vriendin in het huis waar ik tot voor 2,5 maand met
mijn inmiddels ex-vrouw woonde, en nu en dan voelt dat nog steeds heel
onwerkelijk aan. Als ik van mijn werketage de trap op loop naar de zitkamer,
moet ik mezelf soms even goed inprenten welke vrouw ik boven ga aantreffen.
We zijn weliswaar druk bezig geweest om de zitkamer een heel andere sfeer
mee te geven, maar iets van het oude decor is natuurlijk nog zichtbaar.
Emotioneel is het waarschijnlijk makkelijker om een nieuwe relatie ook
in een heel nieuw decor te beginnen.
Maar ja.
Startproblemen.
Pas tegen vijven had ik mezelf maandag zover dat ik mijn ingepakte sporttas
onder de snelbinders van mijn fiets propte.
Op naar het zweetlokaal.
Daar ging-het-wel.
Maar niet denderend.
En ’s avonds was ik kapot.
De volgende ochtend leken mijn hersens veranderd in stopverf, mijn keel
was van schuurpapier en mijn benen voelden aan als een kapotte oude bankschroef.
Ziek.
Ik had iets griep-achtigs.
Dat verklaarde veel.
Dus daar kwam die lamlendigheid van gisteren vandaan.
Ziek.
Een handig begrip.
Als je ziek bent, is er iets van buiten jou, dat jou in z’n greep
heeft. Deze hangerigheid ben jij niet zelf, nee, je kunt de oorzaak van
je hangerigheid buiten jezelf plaatsen.
Ik was bijna blij met deze zelfgestelde diagnose.
De weerstand om achter mijn bureau te kruipen, was terecht.
Als ik wilde, mocht ik toegeven aan de ziekte.
Ik kon op de bank blijven hangen als ik wilde.
Maar ja, op de bank ... dan weet je zeker dat je instort.
Van niks doen knap je zeker niet op.
Van de weeromstuit heb ik toen mijn ketelpak aangetrokken en ben vrij
fanatiek verder gegaan met klussen in huis. Kasten in elkaar zetten, muren
en plinten verven, lampen ophangen, troep sjouwen. Heerlijk.
Zelden zo’n profijt gehad van lichamelijk ongemak.
Ziek zijn: een prima idee.
|
 |