 |
AFLEVERING 614 - 14 november 2010
Interview met Dennie Dukers
Afgelopen week heb ik misschien wel de vreemdste interview-situatie ooit
beleefd.
In de loop der jaren heb ik aardig wat mensen gesproken.
Voor de krant, voor de radio, voor de tv, maar dit had ik nog nooit meegemaakt.
Afgelopen week ben ik vrij druk geweest met het interviewen van allerlei
mensen voor een serie op TV Rijnmond rond liedjesmaker/zanger/muzikant/café-uitbater
Jaap Valkhoff.
De man van ‘Langs de Maas’, ‘Dat kan alleen in Rotterdam’,
‘Diep in mijn hart’, ‘Hand in hand kameraden’
en talloze andere nummers die verankerd liggen in het collectieve geheugen
van in elk geval Rotterdam.
Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Valkhoff werd geboren, in Crooswijk.
Dat was aanleiding voor twee van zijn zoons om een biografie te wijden
aan hun in 1992 overleden vader. En het was aanleiding voor een muzikale
ode, begin september op Katendrecht. Van die ode is op oudejaarsavond
en op nieuwjaarsdag een registratie in twee delen te zien op TV Rijnmond.
In de aanloop daartoe komt er een serie van vier programma’s over
het leven van Valkhoff en over zijn muzikale omgeving.
Het leek mij aardig om voor die serie onder anderen mensen te spreken
die vroeger actief zijn geweest in de befaamde Oase bar van Jaap en Arie
Valkhoff.
Een van mijn beoogde slachtoffers hiervoor: Dennie Dukers. Een neef van
Valkhoff die jaren lang in de Oase bar muziek heeft gemaakt, en met wie
Jaap het duo De Binkies vormde.
Ze hebben in die hoedanigheid zelfs samen nummers geschreven en plaatjes
gemaakt.
De Binkies.
Een paar weken geleden heb ik Dennie gebeld, een binkie van 84 inmiddels,
om te kijken of ik met de camera bij hem kon langskomen, thuis in Hoek
van Holland.
Hij twijfelde. Het was lang geleden. Wat kon hij nou vertellen? Hij zou
echt even diep moeten graven in zijn al wat oudere brein naar smakelijke
anekdotes. Nadat ik hem had verzekerd dat het mij niet per se ging om
anekdotes, maar meer om een sfeerschets, hoorde ik het vertrouwen groeien.
Maandagmiddag kon hij op zich wel.
Maar ik zou eerst nog even bellen.
Toen ik afgelopen zondagavond zoals afgesproken weer belde, begon Dennie
al meteen door de telefoon dingen te vertellen die voor mijn gevoel zo
het programma in konden.
Dat kwam wel goed.
Morgenmiddag tussen 2 en 3. Tot dan!
Nou, maandagmiddag waren we er dan, in de Humanitasflat van Dennie Dukers.
Maar wie er de deur open deed, niet hij.
Er werd niet gereageerd op aanbellen.
Opbellen leverde ook niks op. Er werd niet opgenomen.
Nou had ik het nummer van zijn schoondochter, en die hielp me aan het
mobiele nummer van Dennie.
Ook hierop: geen gehoor.
Ik zal u het verdere verloop van wachten en heen en weer bellen besparen.
Uiteindelijk kwam de zoon van Dennie, die toch een beetje ongerust was
geworden.
Hij meldde mij al snel na aankomst en inspectie dat het interview niet
doorging.
Het was foute boel.
Hij had zijn vader zojuist dood op de badkamervloer gevonden.
Uit de ogen van deze zoon sprak vooral verbazing.
Ik heb hem sterkte gewenst, heb de receptioniste gedag gezegd, die met
betraande ogen achter de balie zat, en ben, met de cameraploeg, wat beteuterd
afgedropen.
Tijdens mijn gangen langs oude artiesten heb ik wel vaker het gevoel
dat Magere Hein me op de hielen zit.
Maar zo dicht, dat had ik nog niet eerder meegemaakt.
|
 |