 |
AFLEVERING 613 - 7 november 2010
Mannelijkheid
Afgelopen week is mijn mannelijkheid danig op de proef gesteld.
En dat gebeurde bij het klussen in huis.
Van de zomer ben ik gescheiden.
Zo’n twee maanden geleden is mijn vriendin bij me ingetrokken.
Die schrok een beetje van de bende in huis, en van de donkerte van de
zitkamer. Ze wilde de donker gebeitste plankenvloer van de zitkamer graag
licht hebben.
En dat op een beetje korte termijn.
Voor mij was het wat minder urgent, maar ik kon me ook wel weer vinden
in haar verlangen, en je wilt je als man van je beste kant laten zien:
dus meldden wij ons afgelopen maandag bij zo’n gereedschapsverhuurbedrijf
voor een parketschuurmachine.
We kregen een soort buitenmaats grasmaaier aangewezen.
En een klein, plat apparaatje voor de zijkanten.
Dat kleine ding – een soort bever-staart - was iets om fluitend
beet te pakken, maar toen ik probeerde het grote apparaat de auto in te
tillen merkte ik hoe monsterlijk zwaar dat wel niet was. Dit zat aan de
grens van wat je menselijkerwijs nog van de grond krijgt. En ik moest
het in m’n eentje doen, want mijn vriendin is misschien wel honderd
kilo wilskracht, maar verpakt in een vrouwtje van zo’n zestig kilo.
Het had geen zin om het samen te proberen.
Dat helse apparaat de auto in, thuis de auto uit, en dan twee trappen
op naar de tweede verdieping: allemaal momenten om kreunend en wel te
bewijzen wie hier de man van ons tweeën was.
Daarna aan de slag. Samen.
Ik was er half en half vanuitgegaan dat ik die grote schuurmachine zou
bedienen en mijn vriendin de kleine voor de zijkanten. Maar dat pakte
anders uit.
Dat grote apparaat bleek weliswaar aardig wat kracht te vragen - het gedroeg
zich als een grote hond die voortdurend aan de lijn trekt – het
hoek-schuurmachientje was pas echt lastig te hanteren. Dat ontpopte zich
als een wild dier dat moest worden getemd. Het wilde alle kanten op. Alleen
een stevige en konsekwent volgehouden omklemming kon zo’n dier in
toom houden.
Dus was het tafereel al snel: klein vrouwtje achter grote schuurmachine,
en grote kerel - op z’n knieën - met klein apparaatje.
Ik mocht de kantjes doen.
En al binnen tien minuten keek ik ook van dat werkje enigszins beteuterd
op.
Ik had even niet zo goed op het verlengsnoer gelet.
Dat was onder de schuurschijf gekomen.
Met als gevolg: een knal en een lichtflits.
Kortsluiting en snoer kapot.
Maar goed.
Uiteindelijk is het allemaal gelukt.
En gisteren, zaterdag, konden de twee machines terug naar het verhuurbedrijf.
Toen ik dat loeizware monster voetje voor voetje heelhuids de trap had
afgesjouwd, heb ik het voor de aardigheid eens op de weegschaal gelegd.
Zo’n gevaarte dat je nog maar net kan tillen, wat weegt dat nou?
Rond de zestig kilo.
Ongeveer zo veel als m’n vriendin.
Ik vertelde het haar.
In gedachten vergeleek ik het met mijn eigen gewicht.
Ik denk dat ik iets van 110 kilo weeg.
Er was nog iemand die daar aan dacht.
De nieuwe vrouw des huizes.
En zij kwam, in het verlengde van die gedachte, met de afmaker voor ook
mijn eventuele laatste restje superioriteit.
Ze zei: “Als ik jou vermoord, hoe krijg ik jou dan ooit die trap
af?”
|
 |