AFLEVERING 612 - 31 oktober 2010
Laurenspenning


Afgelopen week heb ik mezelf op een erepodium gehesen.
In gedachten.
Het was bij de uitreiking van de zogeheten Laurenspenning, in de Laurenskerk.

De Laurenspenning is een prijs voor personen en instanties die zich hebben ingezet voor kunst en cultuur in Rotterdam. Vooral de mate waarin zij anderen hebben geïnspireerd is een criterrium voor het verlenen van deze onderscheiding.

Dit jaar is de penning gegaan naar Harry-Jan Bus en Rachèl van Olm, de initiatiefnemers van Theater Walhalla, op Katendrecht.
Harry-Jan en Rachèl hebben met hun theatertje inderdaad iets heel aardigs neergezet, en Walhalla is na twee jaar al de aanjager van veel goeds op De Kaap gebleken.
Dus: terechte hulde.

In zijn dankwoord zei Harry-Jan iets dat me trof.
Hij zei dat hij een jaar geleden ook hier in de Laurenskerk stond. Toen Sander de Kramer, hoofdredacteur van de Straatkrant, de penning kreeg. En dat hij er bij die gelegenheid over fantaseerde dat hij ook zo’n onderscheiding zou krijgen.
Maar, zo dacht Harry-Jan toen: als dat gebeurt, dan duurt het nog wel even. Het huidige Walhalla is feitelijk nog maar een proef-theatertje voor een groter theater dat op Katendrecht moet openen, en ja, als dat nou eens tien jaar met succes heeft gedraaid, dan zou hij misschien, met zijn vrouw Rachèl, in aanmerking komen voor zo’n prijs.
Maar hier stond hij dan al.
Nog maar nauwelijks bekomen van de emoties die hem overvielen toen de selectiecommissie van de Laurenspenning hem en Rachèl benaderde.

Het zette mij aan het denken.
Losse gedachten, met maar een beperkt onderling verband.

Wat betekent een prijs?
Iets is-wat-het-is, en iets is niet iets omdat-het-een-prijs-heeft-gewonnen.
Een prijs betekent vooral dat iets is gezien.
Dat het niet onopgemerkt is gebleven.

Er zijn nogal veel prijzen. Zou het daarmee te maken hebben dat sommige prijzen een beetje een aanmoedigingsprijs zijn geworden? Denk aan Obama en de Nobelprijs voor de Vrede. Goede vent, Obama, lijkt me, maar toen hij die prijs kreeg, had hij feitelijk nog weinig tot stand gebracht.
Aanmoedigingsprijs.

Zouden niet heel veel mensen denken dat het beste nog moet komen? Dat ze nog maar net begonnen zijn? Dat de grote prestaties die misschien een onderscheiding verdienen nog in een ver verschiet liggen?

Dat laatste heb ik zelf tenminste wel.
Ik heb het gevoel dat ik wel met iets zinnigs bezig ben, met dit programma, met verhalen in de krant De Oud-Rotterdammer, met de paar boekjes die ik heb gemaakt, met de paar cd’s die ik heb samengesteld, en met een internet-site, maar dat het Grote Resultaat nog moet komen. Een groot boek, uitgebreide documentatie op internet en een bijzondere muziekcollectie die ooit wordt bijgezet in het Gemeentearchief Rotterdam, en waar ooit, over honderd jaar of zo, een onderzoeker me dankbaar voor zal zijn.

Na afloop van de officiële overhandiging in de Laurenskerk van de week, sprak de winnaar van vorig jaar me aan.
Hij zag mij als kanshebber om ook een keer het erepodium hier te beklimmen.
Ik heb het meteen gerelativeerd.
Voor mijn gevoel ben ik nog lang niet zover.
En dan: om zo in het middelpunt van de belangstelling te staan. Dat lijkt me een lastig soort genoegen.

Eenmaal thuis legde ik de kwestie voor aan mijn vriendin.
Zij sprak het verlossende woord.
“Jij krijgt ‘m postuum.”
Dat lijkt me inderdaad een mooi vooruitzicht.