AFLEVERING 610 - 17 oktober 2010
Vreemde vragen


Afgelopen week heb ik een antwoord gekregen op twee misschien wat vreemde vragen.
De eerste vraag heeft te maken met de heftigheid van sommige mensen. Ik ben geloof ik zelf iemand die vrij langzaam en afgewogen reageert op van alles en nog wat. Relativeren zit toch wel in al mijn vezels.
Maar je hebt natuurlijk ook mensen die een enorme felheid aan de dag leggen. Die regelmatig uit hun vel springen. Die overal bovenop zitten.
Ik zou nooit mijn leven met zo iemand kunnen delen.
En ik vraag me soms af hoe het anderen wel lukt.
Hoe doe je dat?
Wat voor strategie werkt het beste in een relatie met een heftig iemand? Of begin je daar alleen maar aan als je zelf ook zo in elkaar zit? Of er misschien immuun voor bent?

Dat was misschien nog niet zo’n vreemde vraag.
Van de volgende zult u, denk ik, meer opkijken.

Als je wel eens in de etalage van een sekswinkel kijkt, of zo’n winkel binnenloopt, zie je allerlei hulpstukken.
Dildo’s, opblaaspoppen, kunstvagina’s.
En dan vraag je je af: wie koopt dat nou?
Ik kan me er niet zo veel bij voorstellen dat je dat soort objecten in huis haalt en gebruikt. Maar er moet een markt voor zijn, anders lag het niet in de winkel.

Van de week kreeg ik om te beginnen een antwoord op die laatste vraag: wie koopt dat nou? Ik had een vriend over de vloer. Hij vertelde zonder schaamte over de tijd dat hij geen vriendin had, en toch behoeften, en dat hij aan zijn gerief kwam via een kunstvagina. Hij noemde het hulpstuk liefkozend zijn ‘vriendinnetje’. En hij omschreef het als een soort ‘mutsje’.

Ik stond er een beetje van te kijken.
Dus hij was nou zo iemand die zo’n ding koopt.
Curieus.
Maar ik vond het ook wel weer dapper dat hij er zo open over praatte.

Misschien gestimuleerd door mijn bemoedigende reactie vertelde de vriend er nog een heel verhaal achteraan.

Na verloop van tijd kreeg de vriend weer een vriendin-van-vlees-en-bloed. Maar dat mutsje, dat rubberen vriendinnetje, hield hij. Voor noodgevallen, of erbij, zoiets. En: hij hield het verborgen voor zijn ‘echte’ vriendin. Zij wist dat hij zo’n ding had, maar niet waar.

En toen, op een dag, kregen ze ruzie. Heftige ruzie. Ik was er niet bij, ik neem aan dat het niet gepaard ging met fysiek geweld, maar uit de woorden van mijn vriend begreep ik dat het hard tegen hard ging.

Na de woordenwisseling ging hij werken, zijn vriendin boos achterlatend. Toen hij na het werk terugkeerde was zij er niet. Maar in de slaapkamer deed mijn vriend een tamelijk bizarre vondst.

Zijn vriendin had de kunstvagina ontdekt, had die in haar woede in de keuken aan reepjes gesneden, de plakken aan een grote barbecuespies geregen en die spies in zijn kussen in bed gestoken.
Zo!

Ik moest erg lachen om het verhaal, maar voelde ook een zeker afgrijzen. Wat een heftigheid.
Hoe ga je daar mee om?

Mijn vriend leek er niet zo mee te hebben gezeten.
De relatie heeft gewoon standgehouden.
En mijn vriend heeft gewoon een nieuw ‘mutsje’ gekocht.
Wat zeg ik?
Hij heeft er meteen drie gekocht, zo vertelde hij.
Drie verschillende.

Ik geloof dat hij er nog het meeste mee zat dat geen van deze drie zo lekker aanvoelde als het exemplaar dat was gesneuveld in de strijd.

Hoe verschillend mensen toch in elkaar kunnen zitten.

Het is een vreemd verhaal, ik weet het.
En het vreemdste is misschien nog: er is niks aan verzonnen.