 |
AFLEVERING 609 - 10 oktober 2010
Enzo Gallo
Afgelopen week heb ik het laatst overlevende lid gesproken van het Quartetto
Enzo Gallo. Een Italiaans kwartet dat eind jaren vijftig, begin jaren zestig
veelvuldig in Rotterdam heeft opgetreden.
De heren speelden en zongen destijds in restaurant Belmont, onder in het
Holbeinhuis aan de Coolsingel.
En in bar-dancing Tabaris, achter de Westblaak.
Ik weet dat nogal wat Rotterdammers dierbare herinneringen koesteren aan
de avondjes met Enzo Gallo en zijn mannen.
Zelf was ik er te jong voor.
Ik ben geboren in 1959.
Ik moet het doen met de opnames die het kwartet heeft gemaakt.
En met de foto’s.
Op die oude foto’s oogt bandleider Enzo Gallo als een stevig mannetje
vol levenslust.
Altijd gestoken in een mooi kostuum, en met een dikke, semi-akoestische
gitaar om de nek.
Ik had hem graag willen zien optreden.
Maar helaas.
Hij is niet meer onder ons.
Net als de bassist en de pianist.
De drummer is de laatste van de vier wiens hart nog slaat.
Via via ben ik hem op het spoor gekomen, deze Lorenzo Rampazzo, artiestennaam
Renzo Reni, en ik heb ‘m opgezocht in zijn woonplaats Padova, in
Noord-Italië.
Aanvankelijk stond ik op het doorgekregen adres voor een dichte deur.
Maar na een telefoontje arriveerde de 84-jarige ex-drummer.
Een klein, slank mannetje.
Hij moest van het huis van zijn vriendin komen, verklaarde hij later.
Acht jaar geleden was zijn vrouw overleden
Lorenzo deed het hek van zijn huisje open, klapte de luiken naar buiten,
haalde de voordeur van het slot en wenkte mij en mijn geliefde binnen,
in het schemerduister van een klassiek ingerichte zitkamertje.
In een mengeling van Italiaans en Engels hebben we in iets van twee uur
tijd de hele geschiedenis van het kwartet doorgenomen, mede aan de hand
van wat plakboeken.
Erg leuk.
Lorenzo bleek de avond te voren ook nog te hebben opgetreden, als zanger
bij een orkest.
Tot 1 uur ’s nachts.
Niet gek voor een 84-jarige.
Bij het afscheid heeft mijn geliefde een foto gemaakt van Renzo en mij,
voor de deur van zijn huisje.
Het had iets van de reus en klein duimpje, zag ik even later op het display
van het toestelletje. Naast mijn toch wel forse gestalte leek Renzo ineen
te krimpen tot een broos poppetje.
Toen mijn geliefde en ik al zwaaiend de straat uit reden kreeg ik het
indringende slotakkoord van dit bijzondere bezoekje voor mijn kiezen.
“Ja,” zei mijn geliefde, die altijd het beste met mij voor
heeft.
“Magere mannetjes leven het langst.”
|
 |