 |
AFLEVERING 608 - 3 oktober 2010
Erwin Olaf
Afgelopen week spookte de herinnering door mijn hoofd aan een puberale actie
van zo’n 35 jaar geleden.
Een herinnering die afgelopen maand werd wakker gekust door de laatste aflevering
van het Vpro-televisie-programma Zomergasten.
In die laatste aflevering was fotograaf Erwin Olaf te gast.
Net als ik geboren in 1959.
Erwin gaf toelichting bij allerlei tv- en filmfragmenten, en hij liet
wat eigen foto’s projecteren achter hemzelf en de presentator.
Daaronder: een curieus zelfportret.
Erwin in een leren borstrok.
Met door een opening daarvan zijn geheven lid.
Een stijve, van, zo op het oog, flinke afmetingen.
Hij vertelde erbij dat zijn moeder nogal een hekel heeft aan die foto.
Ik vind die foto persoonlijk wel aardig.
Kende ‘m wel. Intrigerend, en gedurfd.
Ik vraag me wel af hoe dat ooit gaat als Erwin Olaf het loodje legt.
Zou dan ergens op een krantenredactie een fotoredacteur langs verschillende
portretten van de overledene gaan en zo vrijmoedig zijn om juist deze
te kiezen bij het overlijdensbericht?
Het zou wel in stijl zijn, maar toch
En die aanblik in Zomergasten deed me dus denken aan iets dat ik ooit
zelf heb gedaan.
In mijn tienerjaren – lang voor het digitale tijdperk - had ik
een doka, een donkere kamer, waarin ik zelf foto’s afdrukte. Veel
van die zelfafgedrukte foto’s zien er inmiddels niet best meer uit.
Je moet fotopapier na het belichten door verschillende baden halen, en
ik was geloof ik niet zo zorgvuldig met het fixeerbad.
Misschien was ik ook wel een beetje te speels om het echt goed te doen.
Zo vond ik het leuk om in de doka te experimenteren.
Kijken of het lukt om foto’s, zoals dat heet, te solariseren.
Of een vel fotopapier meerdere keren belichten.
Of een beetje fröbelen met contactafdrukken.
Bij een contactafdruk leg je een voorwerp op je fotopapier voordat je
de belichtings-lamp aanzet. Onder het voorwerp komt geen licht, en zo
maak je als het ware een afbeelding van de schaduw.
U voelt misschien aankomen waar ik naartoe praat.
Ik had al eens een contactafdruk gemaakt van een schaar, en van een glas,
geloof ik, toen mijn puberbrein op een lumineus idee kwam.
Mijn pik. En dan: in stijve toestand.
Het was nog even een gedoe, maar na wat proberen had ik een contactafdruk
waar ik tevreden mee was.
Een toonbare afdruk.
Want ik wilde ‘m aan vrienden op school laten zien.
Zo ben je, als je 16 of zo bent.
Ik had mijn pik niet helemaal op het papier gehouden, maar er wat boven.
Dan was de schaduw breder, en leek ie groter. Maar ik moest ook weer niet
zo hoog gaan zitten dat de contouren en de haartjes helemaal vervaagden.
Want dan zag je meteen hoe ik – min of meer – vals had gespeeld.
Ik nam mijn imposante ‘foto’ mee naar school.
Vertelde erover tegen een paar klasgenoten.
En haalde ‘m uit m’n tas.
Anders dan de moeder van Erwin Olaf waren mijn puberende leeftijdsgenoten
enthousiast.
Sterker nog: ze waren mij iets te enthousiast.
Te luidruchtig ook.
Enigszins geschrokken door de reacties heb ik de foto al snel voor me
zelf gehouden.
En eenmaal thuis van school heb ik ‘m in duizend stukjes gescheurd
en weggegooid.
Het lijkt me nogal onwaarschijnlijk dat ik ooit in Zomergasten kom, maar
mocht het ooit toch gebeuren, dan weet u wat er in elk geval niet op de
achtergrond wordt geprojecteerd.
|
 |