AFLEVERING 606 - 12 september 2010
Karakter


Afgelopen week ben ik weer eens geconfronteerd met mijn eigen karakter.
En dat gebeurde aan een balie van de Rotterdamse deelgemeente waarin ik woon.
Onlangs ben ik gescheiden.
Mijn ex-vrouw en ik, wij hadden een autootje.
Dat autootje stond altijd op haar naam, maar we hebben afgesproken dat ik het autootje houd, en we hebben het eerder dit jaar op mijn naam laten zetten.
Ook de verzekering en het Anwb-lidmaatschap heb ik overgenomen.

Wat ik alleen even vergeten was: de parkeervergunning.
Die stond natuurlijk ook op haar naam, want op papier was de auto van haar.

Een paar dagen voordat mijn ex-vrouw naar haar nieuwe appartementje verhuisde, kregen we een brief.
Aangezien zij niet meer op dit adres stond ingeschreven, verviel de parkeervergunning per 1 september.
En dat was al de volgende dag.

Ik moest snel iets regelen.
Dus ik bellen met de gemeente.
De ‘oude’ parkeervergunning op mijn naam laten zetten, dat ging niet, zo leerde ik. Ik moest een nieuwe aanvragen.
En wat het snelste werkte: even zelf langskomen.
Bijvoorbeeld op het kantoor van de deelgemeente.

Het deelgemeentekantoor bij mij om de hoek had voor deze dag de deuren al gesloten, dus dat zou dan morgenochtend worden, de ochtend van 1 september, als ik feitelijk al geen parkeervergunning meer had.

Die volgende ochtend trok ik uit arren moede eerst maar een bonnetje uit de parkeerautomaat voor m’n eigen deur, en toen: op naar het deelgemeentekantoor.
Daar kreeg ik, wachtend tot mijn ‘nummer’ aan de beurt was, een soort visioen. Een mislukkings-visioen.
Iets zou mij beletten om een nieuwe parkeervergunning te krijgen.

Ik heb wel vaker van dat soort onheilsfantasieën.
Misschien komt het daardoor dat ik de werkelijkheid vaak zo vind meevallen.

Maar deze fantasie werd maar al te zeer waarheid.
Er bleek een wachtlijst voor parkeervergunningen in ‘mijn’ wijk. Dat mijn ex-vrouw er zojuist eentje had ingeleverd, en dat ik een vergunning wilde voor dezelfde auto, dat telde allemaal niet. Mijn aanvraag gold als de aanvraag voor een ‘nieuwe’ parkeervergunning, en ik kwam gewoon onderop de wachtlijst.

De baliemedewerkser en ik, we hebben nog wat heen en weer gepraat over mogelijke oplossingen. Ze kon me er echt niet tussen frommelen. Die bevoegdheid had ze niet. Het enige dat ze me kon aanbieden was een tijdelijke parkeervergunning voor een aangrenzende wijk. Een wijk met blijkbaar een iets lagere parkeerdruk.
En dan zou ik wel een seintje krijgen als ik in mijn ‘eigen’ wijk aan de beurt was.
Nou ja, dat dan maar.

Ik was weliswaar met een zekere stomheid geslagen.
Ik bedoel: je woont ergens zestien jaar. Zestien jaar parkeer je je autootje bij je in de straat. En door een administratieve kronkel beland je opeens op de wachtlijst voor de parkeervergunning die je eigenlijk al had.

Maar ik bleef rustig.
Ik snapte het wel.

Wel dacht ik: stel je voor dat iemand met een minder flegmatiek karakter zoiets zou overkomen.
Een opvliegend iemand.
Iemand met minder goed ontwikkelde schouder-ophaal-spieren.

Hoe zou deze bureaucratische excercitie dan zijn afgelopen?

Ach, misschien moet ik gemeente en deelgemeente wel dankbaar zijn dat ze me de gelegenheid hebben geboden om weer eens te laten zien wat een vriendelijke kerel ik toch ben.