AFLEVERING 603 - 22 augustus 2010
Rijke meneer


Afgelopen week heb ik een heel rijke meneer over de vloer gehad.
Hoe rijk hij precies is, weet ik niet, maar ik heb de indruk dat hij kapitale panden en complete winkelstraten bijeengaart zoals ik grammofoonplaatjes verzamel.
Net zoals ik ook iets doe met die plaatjes, doet hij iets met zijn bezit. En wat ik er zo van hoorde is dat heel aardig. Het gaat hem niet om het geld. Dat heeft ie feitelijk genoeg. Hij had twintig jaar geleden al kunnen stoppen met werken, vertelde hij. Hij heeft er gewoon lol in.

We hebben bij mij thuis een heel leuke, inspirerende avond gehad. Je hebt dat wel eens, dat je mensen ontmoet met wie het heel erg klikt. Dat het bij het eerste contact al aanvoelt alsof je elkaar heel lang kent.
Eigenlijk al tijdens het mailverkeer om dit huisbezoek te plannen kreeg ik het gevoel dat ik er een vriend bij had.

En toch bespeurde ik bij mezelf iets raars.

Een half uurtje voor het afgesproken tijdstip vroeg ik me af of ik me niet een klein beetje decenter moest kleden.
Ik struinde door mijn jongensetage op blote voeten en in een verwassen t-shirt.

Zou ik ook nog wat opruimen?

Onbegonnen werk.
Om orde te scheppen in mijn hol thuis heb ik minimaal een week nodig.
En als ik niet de kleren aan heb die me op dat moment het prettigst lijken, voel ik me al gauw ongelukkig.
Ik doe bijna nooit moeite om me van een betere kant te laten zien dan hoe ik van nature ben.
Waarom dan nu wel?

Tijdens de avond ging het, bijna ongemerkt, meerdere keren over geld. Mijn bezoek kwam daar helemaal niet voor. Hij kwam voor muziek. Maar toch, ik merkte dat ik vaker dan normaal in allerlei verhalen bedragen noemde.
Zo hoorde ik mezelf zeggen hoe veel mijn vader vroeger wel niet verdiende als chirurg, en dat we thuis toch voor de open haard een pook gebruikten die ik bij het groot vuil van de stoeprand vandaan had geplukt.
Als was het om te bewijzen dat ik zelf dan misschien niet zo heel veel verdien bij de radio, maar dat ik toch in welstand ben opgegroeid, en dat wij desondanks vroeger thuis heel gewoon waren gebleven.
Raar.

Ik hoorde mezelf ook zeggen dat ik laatst een stapel bijzondere 78-toerenplaten bij de kringloop vandaan had gehaald, voor maar 50 cent per stuk.
Tegenover anderen had ik ook verteld over de vondst, maar het bedrag niet genoemd.
Alsof ik tegenover mijn ‘rijke’ bezoek wilde onderstrepen dat iets niet veel geld hoeft te kosten om er intens plezier aan te beleven.

Het zette me aan het denken, toen ik weer alleen tussen mijn platen aan het scharrelen was.

Er wordt wel gezegd dat je best vriendschap kunt sluiten met iemand die twee keer zo veel verdient als jij.
Maar dat het heel lastig wordt als de ander tien keer zo veel te besteden heeft.
Laat staan honderd keer.
Of nog meer.

Zoals een liefdesrelatie tussen twee mensen die sterk verschillen in schoonheid ook lastig is.
Of er moet iets zijn dat het gebrek aan schoonheid van de een compenseert.

De multimiljonair die ik van de week over de vloer had, zou best een goede vriend kunnen worden.
Maar aan het mechanisme dat zo’n vriendschap bemoeilijkt, heb ik toch ook even kunnen ruiken.