 |
AFLEVERING 598 - 18 juli 2010
Talent
Afgelopen week ben ik weer eens geconfronteerd met ‘talent’,
en met de gevolgen van een zeker gebrek eraan.
Mijn gedachten hierover werden op gang gebracht door het North Sea Jazz
Festival en door diverse optredens in de stad in het kader van North Sea
Round Town.
Ik heb weer allerlei muzikanten zien optreden die over aanzienlijk meer
talent beschikken dan ikzelf.
In mijn tienerjaren dagdroomde ik van een carrière in de muziek.
Ik heb jarenlang gitaarles gehad, vier jaar saxofoonles, een jaar pianoles,
een paar jaar zangles, en ook nog muziek-theorieles. Genoeg om me te redden
in diverse bandjes en orkesten, en genoeg om mijn fantasie een beetje levend
te houden. Een fantasie die meer uitging naar werk achter de schermen, zoals
componeren, arrangeren of produceren, dan naar optreden. Maar al gauw had
ik door dat mijn ‘talent’ voor dat alles niet toereikend was.
Dat wil zeggen: niet toereikend voor iets waar ik mezelf gelukkig mee zag
worden.
Het lijkt me iets waar nogal wat mensen tegenaan lopen.
Wel een zekere drang tot iets voelen, maar er niet goed genoeg voor zijn.
Wel willen, maar niet kunnen.
Je ziet het bij amateur-muzikanten, maar bijvoorbeeld ook – en in
misschien nog wel grotere mate - bij voetballertjes. Je kunt in je eigen
gedachten wel de nieuwe Arjen Robben zijn, maar zonder natuurlijke aanleg
zul je het niet ver schoppen.
Zoals de meeste mensen ook niet geboren zijn voor het grote geld, voor status,
of voor macht.
Iedereen heeft beperkingen, en hoe je daarmee omgaat, maakt denk ik mede
wat voor leven je hebt.
Ik voel mezelf bijvoorbeeld helemaal niet gefrustreerd.
Toen ik afgelopen weken al die muzikanten op al die podia zag spelen, was
er niets in mij dat erbij had willen staan.
Alsjeblieft niet.
Ik voelde ook geen enkele afgunst voor hun werk achter de schermen. Voor
het componeren, arrangeren en produceren.
Leuk, maar niet voor mij.
Wat ik nu doe, het werk bij de radio, levert voor mijn gevoel een veel aardiger
leven op. Voortdurend op zoek naar muziek van anderen, contacten onderhouden,
veel luisteren, en van alles uitzoeken. Een heel aangenaam en afwisselend
gefröbel in de luwte. Een prettig soort gescharrel dat goed bij me
past.
Van de week realiseerde ik me opeens dat ik, bij wijze van spreken, Onze
Lieve Heer wel dankbaar mag zijn dat ie me niet meer muzikaal talent heeft
gegeven. Met meer aanleg was ik dit misschien wel allemaal misgelopen.
Een grotere muzikale aanleg zou misschien ook ten koste zijn gegaan van
mijn vermogen tot bewonderen.
Ik kan oprecht genieten van de muzikale inventiviteit en het vakmanschap
dat ik zo links en rechts tegenkom.
Ik kan echt enthousiast zijn over de verrichtingen van anderen.
En ik schep er plezier in om de ‘vondsten’ die ik doe, door
te geven.
Nou vooruit, dat kun je op zich ook een talent noemen.
|
 |