AFLEVERING 597 - 11 juli 2010
Proloog


Afgelopen week was ie er dan eindelijk, de dag waar ik al een tijd naar had uitgekeken.
Zaterdag 3 juli 2010.
De proloog van de Tour de France.
In Rotterdam.
Over de Erasmusbrug.
De afgelopen twee jaar ben ik die brug vele malen per week overgefietst, en zeker in het begin viel me dat soms zwaar.
Vooral van Zuid naar Noord.

Als je gewend bent om met een aardig vaartje te fietsen, en dan die helling zonder nadenken neemt, ben je op tweederde opgebrand.
Dan staan je bovenbenen in de fik.
En breekt het klamme zweet je uit.

Tegenwoordig gaat het me beter af.
Mede dankzij het feit dat ik al weer zo’n vier maanden om de andere dag naar de sportschool ga.
Mijn conditie is duidelijk verbeterd.
En ik ben inmiddels zo’n kilo of acht afgevallen.

Maar toch: ik heb me er - bij alle inspanning - lang op verheugd om de renners van de Tour dit ‘venijnige colletje’ te zien nemen.
Zo noemden verkenners van de wielerronde de brughelling afgelopen jaar. Een venijning colletje.

Nou, ik ben vorige week zaterdag wezen kijken.
Tot mijn verbazing kon ik tijdens de proloog gewoon naar de top van de brug fietsen, over de weghelft die niet in gebruik was. En daar zag ik, een beetje tot mijn teleurstelling, wat ik op tv ook al had horen zeggen: voor Tourrenners is zo’n heuveltje echt niks. Ze schakelen er niet eens voor.

Ik zag ze voorbijzoeven alsof er voor hen geen zwaartekracht bestaat.

Ontluisterend.
Onwerkelijk.

Het was zelfs in meerdere opzichten onwerkelijk.

Ik ken de Tour van tv.
Van de mooie vergezichten vanuit helipkopters, van de verkrampte rennerskoppen in close up, geschoten door ontelbare cameramannen achter op de motor, en ik ken de Tour van het commentaar van Maarten Ducrot en Mart Smeets.

Mijn eigen leven daarentegen ken ik, tja, gewoon uit de werkelijkheid van alle dag.

En nu kwamen die twee samen.

De Tourrenners, die mannen van tv, fietsten zo door mijn blikveld, over wat ik toch een beetje ben gaan beschouwen als mijn brug.
Het klopte ergens niet.

Eenmaal de brug over, aangekomen bij mijn geliefde, vertelde ik van mijn onwezenlijke gevoel.
“De Tour met al die renners,” zei ik, “dat is iets van tv.
Als je die zo op straat ziet, heb je helemaal niet het gevoel dat het echt is.”

Waarop mijn geliefde, hangend op de bank, voor de buis, antwoordde:
“Nou, ik zag ze net allemaal op tv, en het zag er wel echt uit hoor.”

Ik weet niet meer wat ik hierop heb gezegd.
Maar ik geloof dat ik iets nieuws heb om over na te denken als ik weer die vermaledijde brug over moet.