 |
AFLEVERING 596 - 27 juni 2010
Reddingsbrigade
Afgelopen week heb ik me weer eens een soort eenpersoons culturele reddingsbrigade
gevoeld.
Een redder van spullen-in-nood.
Ik kan het slecht aanzien als er mogelijk waardevolle spullen verloren
gaan. Wat voor spullen dan ook. En om die te redden ga ik soms vrij ver.
Geregeld ga ik bij luisteraars langs om oude grammofoonplaten op te halen.
Soms gebruik ik die platen voor de uitzending. Maar met de meeste platen
kan ik natuurlijk weinig. Weggooien zal ik die niet gauw. Ik zoek er altijd
iemand voor. En tot die tijd staat de handel de weg te versperren bij
mij in huis.
Ik woon in een halve uitdragerij.
Maar laatst kreeg ik in één keer zo veel platen aangeboden,
dat ik echt niet wist waar ik die thuis allemaal zou moeten laten. Zelfs
niet tijdelijk.
Via via was ik benaderd door familie van een man die net was overleden,
in een verpleeghuis in Dordrecht. Die man had, dacht ik, in 1978 bij een
bedrijfsongeluk een heipaal op z’n kop gekregen. Ze hadden in eerste
instantie het idee dat hij dat niet zou overleven. Maar hij ontwaakte
uit zijn coma, en in een verpleeghuis was er toch nog een soort bestaan
voor hem mogelijk.
Een bestaan in een ziekenhuisachtige kamer, met verhoogd bed, en twee
kasten voor al z’n spullen.
Zo’n dertig jaar lang heeft die man zo geleefd.
Ik weet het niet precies, maar ik geloof dat bewegen en communiceren niet
zonder meer eenvoudig voor hem waren.
Maar: hij had een passie.
Jazz.
In de loop der jaren vulden die twee kasten in zijn verpleeghuiskamer
zich met jazz-lp’s, jazz-cd’s, jazz-boeken en jazz-snuisterijen.
En bandrecordenbanden met jazz-radio-opnamen.
Op het laatst stond het hele kamertje vol.
En toen ging ie dood.
Aan zijn ex-vrouw en aan een van zijn zoons de schone taak om binnen
een paar dagen dat kamertje leeg te ruimen.
Er moest een nieuwe bewoner in.
Zo gaat dat in een verpleeghuis.
Logisch.
Ze belden mij, ik kwam kijken, en ik krabde eens op mijn hoofd. Er is
er jazz waar ik van houd, maar dit was wel erg veel. Wat te doen?
Tja. Ik kon het die mensen toch niet zomaar in een container laten flikkeren?
Uiteindelijk heb ik mijn rug gerecht en heb ik in twee keer alles meegenomen
met de auto, en de boel zolang maar in de fietsenstalling van Rijnmond
gezet. Allemaal heel behoedzaam want ik heb een kwetsbare rug, en als
ik verkeerd til, sta ik zo weer weken lang scheef.
Maar: het ging goed.
Pijnloos vulde ik een flinke hoek van de fietsenkelder.
Later zou ik het wel uitzoeken allemaal.
Bij het doorspitten, na een week of zo, heb ik een bescheiden stapeltje
voor mezelf meegenomen, voor de rest moest ik een goede bestemming zien
te vinden.
Dat had ik die mensen ook beloofd.
Een bevriend jazz-liefhebber en –verzamelaar wilde tot mijn vreugde
alle resterende platen, cd’s en boeken hebben.
Ik heb het allemaal bij hem thuis gebracht.
Waarbij hij de zwaarste dozen mocht sjouwen.
Want: m’n rug.
Bleef ik alleen nog zitten met de bandrecorderbanden.
Misschien iets voor het Jazz Archief in Amsterdam?
Na een telefoontje ben ik van de week alle banden wezen brengen. Wat nog
niet meeviel.
Het Jazz Archief zit tegenwoordig aan het Rokin, in hartje Amsterdam,
een straat met eenrichtingsverkeer waar momenteel van alles overhoop ligt
voor de aanleg van de noord-zuid metrolijn. En waar je trouwens ook struikelt
over de toeristen.
Na toch zeker een half uur wringen langs smalle grachten was ik het afleveradres
tot op honderd meter genaderd. De stoep leek mij het laatste redmiddel.
Achteruit over de stoep ben ik richting het archief gereden, en toen ik
echt niet verder kon, heb ik de wagen illegaal tussen de voetgangers geplant,
met de knipperlichten aan. Vervolgens alle dozen haastig met een steekwagentje
naar de jazzkelder, waar ik ze met hulp van een medewerker zo snel mogelijk
naar binnen heb getild.
En daar ging het mis.
Ik wist het eigenlijk wel.
Je hebt haast, je wilt geen bon, en dan forceer je de boel.
Sinds mijn bezoek aan het Jazz Archief heb ik weer hernia-achtige klachten.
Ergens onder in mijn rug voel ik als het ware een heipaal uit Dordrecht.
Nou ja, dat zal het bedrijfsrisico zijn van een eenpersoons culturele reddingsbrigade.
|
 |