AFLEVERING 594 - 6 juni 2010
Staart


Afgelopen week heb ik gezien hoe je jezelf in je staart kunt bijten.
Het was bij een verhaal in het Rotterdams Dagblad.
Een verhaal over misstanden bij jeugdhonken in de Rotterdamse wijk Crooswijk.
Het zag er ernstig uit, zo op papier.
De verslaggever meldde: stelselmatige belediging van medewerkers van jeugdhonken, diefstal uit een clubhuis, aanranding van een jongerenwerker, intimidatie, overlast, gevoelens van bedreiging bij winkeliers, drinken en blowen op straat.
En dat allemaal door een wisselende groep van zo’n dertig jongeren, vooral van Marokkaanse afkomst, waarvan een deel zich ook bezighoudt met criminele activiteiten.
Ernstig.

Alleen: laatst heb ik van dezelfde verslaggever, Antti Liukku, in de krant een serie artikelen mogen lezen over RTV Rijnmond. Artikelen die ik sterk overdreven vond, een beetje sensatie-belust en hier en daar op het onfatsoenlijke af.
Dus ja: in hoeverre moet ik de schandaalverhalen van Antti Liukku serieus nemen?

Misschien is het wel ècht zo dat een groepje Marokkaans-Nederlandse jongeren in Crooswijk de boel terroriseert.
Misschien moet echt de noodklok worden geluid.
Maar als zoiets wordt gebracht door een verslaggever over wie je je twijfels heb, weet je feitelijk nog niks.

Wie altijd moord en brand schreeuwt, loopt het risico niet meer te worden geloofd, zelfs als er ècht brand is.

Ik zie iets vergelijkbaars in datzelfde Rotterdams Dagblad bij columniste Carrie. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik haar column niet altijd lees, maar als ik die lees, is Carrie steevast boos over het een of ander. Ik krijg de indruk dat ze wekelijks uit haar vel springt van woede.
Dat mag.
En misschien is het maar een vorm waarvoor ze kiest.
Maar ze ondergraaft op die manier denk ik de kracht van haar eigen aanklachten.
Je denkt als lezer al gauw: daar heb je haar weer. Het is Carrie maar. Die staat altijd op haar achterste benen.

Boosheid maakt veel meer indruk als die komt van iemand die verder heel redelijk en gematigd is.

In dezelfde lijn heb ik eens iets meegemaakt bij de afhaalchinees bij mij in de straat. Die heeft een leesmap liggen, of althans oude roddelbladen. Al wachtend op een maandmenu bladerde ik zo eens door de Story. Ik kwam verhalen tegen over mensen in wie ik op zich best geïnteresseerd ben. Maar ja: het zijn wel verhalen in de Story. Ga je zo’n tijdschrift zelf kopen?
Ik niet. Ik vind het wel zo prettig als ik mag aannemen dat wat ik lees ook ‘waar’ is.

Toch zijn roddelbladen een aardig succes.
Toch zie ik nu en dan boze lezersbrieven over wat Carrie nu weer heeft geschreven.
En toch blijft de krant aan Antti Liukku de ruimte bieden voor zijn ‘onthullende’ verhalen.

Blijkbaar denkt niet iedereen er zo over als ik.
Kan gebeuren.
Maar ik blijf het idee koesteren dat je met ‘onechtheid’, met overdrijving en met sensatiezucht vroeg of laat je eigen staart tegenkomt.
En als je niet uitkijkt bijt je erin.