AFLEVERING 592 - 23 mei 2010
IJslandse muziek


Afgelopen week heb ik – in zekere zin – op mijn lazer gehad.
Van mijn geliefde.
Wij fietsten samen naar huis, en ik vertelde haar over de grammofoonplaten die ik eerder met de auto was wezen halen bij een luisteraar.
Bij die platen zat onder meer nogal wat materiaal uit IJsland.
Een stapel singletjes en wat lp’s.

Nou denk ik graag over mezelf als over iemand met een open blik op de wereld. Open voor allerlei culturele uitingen, maakt niet uit waarvandaan.
Hoe gekker en uitheemser bijvoorbeeld de platen die ik binnen krijg, hoe groter mijn nieuwsgierigheid.
Hoe zou het klinken?
Zou ik er iets mee kunnen?

Onbekend is onbemind?
Dat geldt niet voor mij.
Wil ik graag denken.

Al fietsend zei ik tegen mijn geliefde dat ik wel benieuwd was naar die IJslandse platen die ik had gekregen.
Hoe zou dat klinken, IJslandse muziek?

Na een vrij korte pauze stelde mijn geliefde mij een wedervraag die ik in eerste instantie niet begreep.

“Hoe klinkt Rotterdamse muziek?”

Hoe klinkt Rotterdamse muziek?
Ik zag het verband niet.
Tot het kwartje viel.

Ik besteed een belangrijk deel van mijn tijd aan het verzamelen van ‘Rotterdamse’ muziek.
Dat kan van alles zijn.
Van de Rondo’s tot het Rotterdams Philharmonisch, van DJ Paul tot Speenhoff, en van Louis de Vries tot Johnny Hoes.
Hoe klinkt Rotterdamse muziek?
Dat is natuurlijk een onzinvraag.
Want: wat versta je onder ‘Rotterdamse muziek’?

Muziek uit Rotterdam, daar zit ik vrij dicht op.
Daarin zie ik heel helder de verscheidenheid.
Die zal ik niet op één hoop gooien.

Maar IJslandse muziek?

Blijkbaar ontkom ik toch ook niet aan het mechanisme dat je al gauw generaliserend denkt over mensen en dingen die wat verder van je af staan.
Die bezie je in stereotypen, als je niet uitkijkt.
En stereotypen vormen, u weet het, het opstapje tot vooroordelen.

Hoe klinkt IJslandse muziek?
Een onzinvraag die mijn geliefde van de week genadeloos afstrafte door een heel eenvoudige wedervraag.

Ze had me klem.
Helemaal klem.
Bij de eerstvolgende helling heb ik haar er even flink uitgefietst om nog iets van mijn onderhuidse superioriteitsgevoel te redden.