AFLEVERING 589 - 2 mei 2010
Thuistaal


Afgelopen week heb ik weer eens meegemaakt hoe ‘thuistaal’ ontstaat.
Thuistaal.
Uitdrukkingen of woorden die alleen binnen een gezin of relatie een bepaalde betekenis hebben.
U kent het verschijnsel vast.
Je maakt samen iets mee, of iemand in je gezinnetje zegt iets opmerkelijks, verhaspelt bijvoorbeeld iets, en voor je het weet is een zegswijze geboren die alleen de betrokkenen begrijpen.

Dat lijkt me ook meteen de functie van ‘thuistaal’: het versterken van het groepsgevoel. Iets delen, en anderen daarvan buitensluiten. Zoiets als geheimtaal.

Een voorbeeldje uit mijn ouderlijk huis.
Wij noemden de zachtplastic schraper waarmee je ook de laatste restjes uit een fles yoghurt kon halen altijd: Japie.
Naar Japie de uitvreter, uit het boek De Uitvreter, van Nescio.

Dat zegt misschien iets over het milieu waarin ik ben opgegroeid.
Dat je speelt met namen uit de vaderlandse literatuur.
Maar het kan nog erger.

Van de week debiteerde ik tegenover mijn geliefde een Latijnse spreuk.
Ik zal niet zeggen dat mijn kennis van het Latijn groot is, maar ik heb er ooit eindexamen in gedaan, en sommige mensen hebben nog altijd ontzag voor een terloopse gymnasiasten-spreuk.

Zo niet mijn geliefde.

Ergens in een gesprek met haar borrelde van de week opeens een toepasselijke spreuk op, en hoorde ik mijzelf nogal interessanterig zeggen:
Mundus vult decipitur, ergo decipitur.
De wereld wil bedrogen worden, dus wordt zij bedrogen.
Mundus vult decipitur, ergo decipitur.

“O,” sloot mijn geliefde bijna naadloos aan, “gaan we op de kippentour?”
Gaan we op de kippentour?
De kippentour.
We moesten er erg om lachen.

De dagen hierna was het ‘kippentour’ voor en ‘kippentour’ na.

Een nieuw gevleugelde in onze thuistaal.
En met een bijna vloeibare betekenis.
Zo’n zelfbedacht woord kun je namelijk voor van alles en nog wat gebruiken.
Het kan alles betekenen.
Net wat je zelf wilt.

Ja maar, zult u misschien denken, maak je zo’n woord niet een beetje kapot als particuliere taal door er op de radio over te praten?
Ja, in zekere zin wel.
Maar thuistaal is nog veel veranderlijker dan de taal die we met z’n allen buitenshuis gebruiken.
Volgende week al hebben mijn geliefde en ik weer andere woorden die alleen voor onszelf ergens voor staan.

En bovendien:
de wereld wil de kippentour?
De wereld krijgt de kippentour!