AFLEVERING 585 - 28 maart 2010
Naaktheid


Afgelopen week heb ik een antropologisch onderzoekje gedaan dat in mijn hoofd enigszins is ontspoord.
Het was in de kleedkamer van een sportschool.
Ik ben weer begonnen met sporten.
In een voor mij nieuwe sportschool waar RTV Rijnmond een bedrijfsregeling mee heeft getroffen.

Nieuwe sportschool, nieuwe kleedkamer, nieuwe gezichten.
Het viel me meteen op dat deze sportschool veel gekleurder is dan de sportschool in Kralingen waar ik jaren geleden mijn zweet naartoe heb gebracht. Het werd me ook meteen duidelijk dat er nogal verschillen zijn in hoe mannen van verschillende culturen omgaan met naaktheid.

Kijk, je komt zo’n gemeenschappelijke kleedkamer binnen, doet je dagelijkse plunje uit, trekt je sportkleding aan, en gaat aan de slag. Na afloop van de training doe je je bezwete spullen uit, gaat onder de gemeenschappelijke douche, en zoekt je dagelijkse kloffie op.
Ergens daartussen sta je wel eens helemaal of half in je blootje, en zeker onder de douche, zou je denken.

Zo niet de meeste ‘allochtone’ sporters.
Ik zal ze maar even zo noemen.
Die staan te wurmen achter handdoeken, en gaan in zwem- of sportbroek staan te badderen.

Bij die taferelen heb ik al herhaaldelijk moeten denken aan een scène uit de film ‘Alleman’ van Bert Haanstra. De scène waarin Nederlanders op het strand zich in allerlei bochten wringen om zich maar ongezien in hun badpakken en zwembroeken te worstelen.
Een aandoenlijk gedoe.

Ik bedoel: wat kan het je in vredesnaam schelen of iemand anders jouw pik ziet? Zo bijzonder zal de aanblik niet zijn.
De een is wat groter dan de ander, ja, wat ook weer van de temperatuur afhangt, je hebt rechte en kromme, besneden en onbesneden, en nog zo wat variëteiten, maar zelfs als de jouwe wat afwijkt van het gemiddelde: wat maakt het je uit?
Wat is er om je voor te schamen?

U begrijpt: ik loop rustig piemelnaakt door de kleedkamer, al lijkt die kleedkamer dan soms op een filmscène uit 1963.

Maar van de week zag ik in die film een andere blanke vent in z’n nakie staan, wat ouder, beetje magertjes misschien, of afgetraind, in elk geval met heel weinig vet, maar wel gezegend met een – tja, ik kan het moeilijk anders zeggen – tamelijk grote lul. Het viel me op toen ik langs hem liep, onderweg naar mijn kastje.

Ik probeerde niet te opzichtig te kijken.
Opeens groette hij me.
Hij bleek me te kennen.
En ik hem bij nader inzien ook.
Ergens diep in mij zei iemand: “Ik had je niet herkend. Ik wist niet dat je zo’n grote lul had.”
Maar ik hield me nog net in.

In plaats hiervan heb ik beleefd geïnformeerd of hij al lang in deze sportschool kwam.