 |
AFLEVERING 583 - 14 maart 2010
Dood en verderf
Afgelopen week ben ik weer eens geconfronteerd met aftakeling en het onvermijdelijke
einde.
Het begon met de hond.
Van de week merkte ik dat Droef – zo heet de hond - moeite krijgt
met traplopen. Droef is een zwarte, Engelse labrador van ruim twaalf met
inmiddels stramme pootjes. Het beest wordt overeind gehouden door nu en
dan een prednison-kuur, met daartussendoor pijnstillers.
Maar ook daarmee is het verval overduidelijk.
Nog maar een paar jaar geleden stormde ze thuis de trap op en af, nu
kan ze vanuit de hoogte het trapgat in kijken zoals een onervaren skiër
een zwarte piste aftuurt.
Alsof ze denkt: hoe kom ik hier ooit naar beneden?
Buiten lijkt de dartelheid van weleer ook helemaal verdwenen. Ze kan
echt sjokken tijdens ons rondje om de Bergsingel. Ik zie ook dat de coördinatie
in haar pootjes minder wordt. Het volgende stadium is waggelen.
Tussen mijn honden-observaties door kreeg ik van de week een noodkreet-achtig
mailtje van een radio-collega. Zijn opa was overleden en de laatste wens
van die opa was dat op de crematie nog eens een bepaald lied zou klinken,
het lied ‘Als in mijn hart een lied weerklinkt’, gezongen
door Christina Spierenburg.
Of ik dat had.
Die titel kwam me bekend voor, maar niet in combinatie met die, dacht
ik, klassieke zangeres. Was het niet een nummer van het repertoire van
een jongenskoor?
Internet bracht uitkomst.
‘Als in ons hart een lied weerklinkt’, door het Jongenskoor
van de Jeugdcentrale te Vught, onder leiding van Broeder Laetantius, met
medewerking van Christine Spierenburg en Bert Robbe.
Dat was ‘m.
En ik wist bijna zeker dat ik ‘m had.
Maar waar?
Donderdag begin van de avond ben ik gaan zoeken in de dozen met nog te
beluiseren singletjes. Doos, na doos, na doos ging door mijn handen. Duizenden
singles heb ik bekeken. Maar wat ik ook vond: niet wat ik zocht.
Gaande de avond voelde ik me steeds meer een Alzheimer-patiënt die
op z’n eigen verjaardag op zoek is naar een bekend gezicht.
Pas om half twaalf kwam de verlossing, toen ik in Het Opkamertje een
lp uit een kartonnen doos trok.
Hebbes.
Ik heb meteen de collega gemaild.
De volgende ochtend zou hij een cd’tje met het gezochte nummer halen,
nog ruim op tijd voor de crematie van zaterdag.
Zat ik alleen nog met het geluid van de voordeurbel.
Mijn gehoor gaat achteruit - ook bij mij is het verval begonnen - en
mijn doofheid heeft inmiddels zulke vormen aangenomen dat als ik zit te
werken thuis, ik de bel vaak niet hoor.
Ik moet echt afgaan op het blaffen van de hond.
Rond het afgesproken tijdstip gisteren hoorde ik vrijdag zowaar wel de
bel. Maar het verwachte geblaf bleef uit.
Zou de hond inmiddels nog dover zijn dan ikzelf?
Of zou het beest nu zover zijn afgetakeld dat ze de bel wel hoort, maar
als het ware denkt: laat maar.
Dat laatste zou denk ik echt het begin van het eind zijn.
|
 |