 |
AFLEVERING 582 - 7 maart 2010
Schaar
Afgelopen week heb ik me, min of meer, een slecht lid getoond van de consumptiemaatschappij.
En dat kwam een beetje door mijn dagen op het Ministerie van Justitie, nu
ruim 25 jaar – en daarmee een half leven - geleden.
Begin jaren tachtig had ik mijn eerste baantje op het Ministerie - of
zoals ik placht te zeggen: het Mysterie - van Justitie.
Een flink gebouw, in het centrum van Den Haag.
Ik zat achttien hoog, op een kamer met twee andere mensen, en bij mooi
weer lonkte in de verte Scheveningen.
Het was een leerzame ervaring.
Mijn verblijf op het Mysterie maakte me al snel duidelijk wat ik wilde
in het leven: alles behalve dit.
Min of meer vaste werktijden, naar een gebouw moeten in een andere stad,
en daar werk doen dat voor jou als persoon tamelijk betekenisloos is:
niets voor mij.
Ik voelde me in Den Haag als in een schimmenwereld.
Ik heb het wel Kafka-in-de-praktijk genoemd.
In zulke omstandigheden krijgen kleine genoegens extra betekenis. De
toetjes in het bedrijfsrestaurant, de wandelingen tussen de middag met
een vrouwelijke collega, het knippen met een schaar.
Het knippen met een schaar?
Ja, ik had in mijn buro onder meer een van ministeriewege verstrekte papierschaar.
Een ding met nogal lange punten, waamee het zalig knippen was.
Echt iets om thuis ook te hebben.
Andere mensen zouden zo’n schaar misschien zonder gewetensnood
achterover hebben gedrukt, ik heb dat altijd onsportief gevonden, stelen
van de baas, en op een dag ben ik tijdens de lunchpauze met de genoemde
vrouwelijke collega een kantoorboekhandel binnengestapt en heb daar net
zo’n schaar gekocht als we op het werk hadden.
Maar dan dus voor thuis.
Echt een heerlijk ding.
De collega en ik, we hadden het wel eens over De Schaar.
Dat ie nog steeds zo lekker knipte.
Ze heeft De Schaar later ook bij me thuis kunnen zien, want bij gebrek
aan een echt Grote Liefde hebben we nog een tijd een soort parkeer-relatie
gehad.
Lang nadat ik het Mysterie van Justitie had ingeruild voor de journalistiek,
kreeg ik een telefoontje van de vroegere collega annex gelegenheidsliefde.
Ze had kanker.
En het zou waarschijnlijk niet goed aflopen.
Het is ook niet goed afgelopen.
Ik zie nog de mensenmassa voor me bij haar crematie.
Veel te jong uit het leven weggerukt.
Soms als ik daarna De Schaar gebruikte, moest ik aan haar denken. En
aan die traag voortkruipende middagen achttien hoog in Den Haag.
Afgelopen maanden begon de schaar kuren te vertonen. Het schroefje dat
de twee delen bij elkaar houdt, viel er steeds uit. Er was iets lam. Wat
daaraan te doen?
Onze consumptiemaatschappij schrijft min of meer voor dat je zo’n
schaar weggooit en een nieuwe koopt.
Maar dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen.
Het ging hier niet om zomaar een schaar, het ging om niets minder dan
De Schaar.
Dus ben ik van de week op zoek gegaan naar een heuse scharen-reparateur.
Iemand om ‘m heel te maken, de Schaar van het Mysterie die met elke
knip een half leven aaneensmeedt.
|
 |