 |
AFLEVERING 581 - 28 februari 2010
Joden
Afgelopen week wist ik niet of ik moest lachen of moest huilen bij het horen
van een verhaal uit het OorlogsVerzetsMuseum in Rotterdam.
Goede kans dat u dat museum wel kent.
Het heeft jarenlang aan de Veerlaan gezeten, op Katendrecht.
Twee jaar geleden is het verhuisd naar een ruimte onder de Pieter de Hoochbrug,
aan de Coolhaven.
Waar het veel meer bezoekers trekt.
En afgelopen jaar is daar, met veel media-aandacht, een betonnen vliegtuig
voor de deur gezet, min of meer gemodelleerd naar de Heinkel-vliegtuigen
die Rotterdam hebben platgeggooid in 1940.
Het mooie aan het OorlogsVerzetsMuseum vind ik dat het zich vooral richt
op het menselijke verhaal van de oorlog in Rotterdam, en niet zozeer op
wapentuig.
Het is ook vrij klein.
Maar als je alle persoonlijke tragedies tot je neemt die in vitrines worden
geschetst, mede aan de hand van foto’s en voorwerpen, dan kun je
zo een hele middag ronddwalen in dit museumpje.
Goede kans ook dat sommige verhalen je altijd bij zullen blijven.
Ik kom geregeld in het OorlogsVersetsMuseum, en met plezier, maar ik
geef direct toe: ik ben in hoge mate bevooroordeeld. Mijn geliefde werkt
er. En ik zie van binnenuit hoe veel er wordt gedaan met een relatief
kleine groep mensen en met een relatief klein budget.
Er wordt bijvoorbeeld heel doelbewust van alles georganiseerd voor kinderen.
Het kan geen kwaad om het verhaal van de oorlog door te geven.
Soms gebeurt dat op een heel speelse manier.
Afgelopen week bijvoorbeeld, tijdens de voorjaarsvakantie, konden kinderen
in het museum dagelijks een vals persoonsbewijs maken.
Fotootje knippen, van alles opplakken, gegevens invullen en lekker met
stempels in de weer.
Op het oog een ongecompliceerde knutselmiddag.
Voorafgaand aan zo’n sessie peilde de educatief medewerker van
het museum van de week wat de aanwezige kinderen wisten over de Tweede
Wereldoorlog.
Wie waren in die oorlog onze vijanden?
Een jochie van een jaar of negen riep meteen als antwoord: “De joden!”
Nadat de educatief medewerker dit misverstandje had rechtgezet volgde
een wandeling door de vaste opstelling. Daarbij belandden de kinderen
bij de even gruwelijke als onvermijdelijke foto’s van concentratiekampen.
Uitgemergelde mannen in streepjeskleding.
De medewerker probeerde het nog een keer.
En wie waren dit dan?
Hetzelfde jochie van eerder had ook nu een antwoord.
“Dat zijn junks,” zei hij. “Dat zijn junkies.”
|
 |