AFLEVERING 580 - 21 februari 2010
Koffers in Parijs


Afgelopen week heb ik geprobeerd om via de telefoon te doorgronden of een Fransman mij zit te belazeren of niet.
Het moest in het Frans, en de Fransman was geïrriteerd.
Ik heb die man nog nooit gezien, en ik weet weinig van hem.
Maar hij heeft een koffer en een tas van mij en mijn geliefde, en die willen we graag terug.

Ik denk dat het gaat om iemand met Marokkaanse of Algerijnse wortels.
Ene Nassim.
Uit een mindere buitenwijk van Parijs, zegt hij zelf.
Ik ben – noodgedwongen – met hem in contact gekomen door een vakantie in Londen, nu zo’n twee maanden geleden.

Het is een lang verhaal.
Langer ook dan ik zelf leuk vind.
Ga er even voor zitten.

Mijn geliefde en ik hebben oud & nieuw in Londen doorgebracht, en daar logeerden wij in een zeer matig en karig hotel, maar het was niet zo slecht dat ze geen plek hadden om bagage te stallen.
U kent de situatie misschien wel: op de laatste dag van je verblijf ergens, word je pas ’s avonds verwacht bij een trein, bus, vliegtuig of boot, maar je moet ’s morgens al je hotelkamer uit.
Je wilt nog wat maken van die laatste dag.
Waar laat je je spullen?
Achter de balie van het hotel.
Of in een aparte ruimte.

Ons hotel had een soort televisiekamer waar je je spullen kon parkeren.
En dat deden we op de laatste dag.
Pas ’s avonds laat ging onze boot terug naar Rotterdam.

Alleen: toen wij begin van de avond terugkeerden om weekendtas en koffer op te halen, stapte ik tot mijn verbazing een lege televisie-kamer binnen.
Er stond geen bagage.
Ik heb nog vertwijfeld achter de stoelen gekeken, onder de tafeltjes, in alle hoeken: niks.

Na lang delibereren kwam de jongen aan de hotelbalie met een aannemelijk scenario. Niet lang voor ons was een groep van rond de twintig Fransen vertrokken uit het hotel. Ook zij hadden hun spullen gestald in de televisiekamer, en vermoedelijk hadden zij bij het inladen van hun bus daarstraks niet alleen hun eigen spullen meegenomen, maar ook die van ons.

Contact leggen met deze groep lukte op dit moment niet, en mijn geliefde en ik zijn, toch wel tamelijk gefrustreerd, zonder bagage huiswaarts gekeerd.

In de week hierna kreeg ik de Fransoos te pakken die mij was afgeschilderd als de ‘leider’ van het bewuste Franse reisgezelschap.
Nassim.
Engels bleek hij niet te spreken, maar zo goed en zo kwaad als het ging, wist ik me door de telefoon in het Frans verstaanbaar te maken.

Ja, zijn groep had per ongeluk ook onze spullen meegenomen.
Die stonden nu bij hem thuis.
Alleen: geld om die spullen naar Nederland te sturen had hij niet.

Later bleek dat het reisburo ook geen trek had om zulke kosten te maken. Het was ook helemaal hun verantwoordelijkheid niet.

Uiteindelijk kwam Nassim met een oplossing.
Later in januari kon hij met een bus mee naar Amsterdam.
Dan konden we daar afspreken.
Of hij daar dan wel geld voor had, heb ik maar niet gevraagd. In het zicht van een oplossing kun je beter niet nog meer problemen maken.

Per telefoon en mail heb ik daarna herhaaldelijk contact gehad met onze kofferbewaarder.

Die trip naar Amsterdam in januari ging niet door, meldde hij op zeker moment.
Misschien in februari.
Aangezien me dat te vaag was, en ik begon te twijfelen aan Nassim’s echte wil om deze kwestie op te lossen, ben ik iemand in mijn eigen kennissenkring gaan zoeken die binnenkort toch naar Parijs moest.
Die kon dan de spullen mee terugnemen.

De teleurstellingen in die zoektocht zal ik u verder besparen.
Je loopt al gauw tegen de grenzen aan van hulpbetoon. Maar komende week gaat de beste vriendin van mijn geliefde met man en kind naar Parijs, en zij willen de boel wel thuisbrengen.

Zit ik met de vraag of Nassim onze bagage ook echt gaat afleveren in hun hotel.

Afgelopen weken beantwoordde hij ondanks een belofte daartoe geen mailtjes meer, en toen kreeg ik ‘m steeds niet te pakken op zijn mobiele telefoon.
Een doelbewuste laksheid, in de hoop dat ik zou opgeven?

Toen ik ‘m van de week dan wel te spreken kreeg, reageerde hij wat geïrriteerd.
Ik kon hem wel elke dag gaan bellen, maar die vrienden van me waren toch nog helemaal niet in Parijs?

Hij zou zorgen dat het goed kwam.

Tja.
Wat denkt u: zien wij onze spullen nog terug?
Volgende week weet ik het.