
Een lepel met gaatjes.
En dat je het dan gaat gebruiken zo’n ding, nee.
Maar ik hou van gaatjes.
En ik vind het lichte hout mooi.
Het geeft een gevoel van hout gaan kopen en gaatjes boren en eindeloos schuren.
Objecten maken die misschien onooglijk zijn,
maar in je hand zo glad en welgevormd aanvoelen dat het je ontroert.
Maart 2010.
Zou ik nog lezers hebben?
Ooit waren het het er duizenden per week.
Ongelofelijk eigenlijk.
Een hele tijd geleden werd ik benaderd door een uitgever.
Ze had mijn weblog gelezen en werd geraakt door mijn brokjes tekst.
Stukjes over de dood.
Over hoe dat gaat met een mens van binnen als haar kind van de Euromast springt.
Of ik er voor papier over wilde schrijven, vroeg ze.
Dat wilde ik wel maar het lukte niet.
Ik schreef hier om het schrijven.
Om helder en gedecideerd te formuleren wat ik meemaakte.
Het op de een of andere manier onder controle, beheersbaar te houden.
Dat kon niet nog eens dunnetjes over.
Jammer natuurlijk.
Maar soms gaat het zo.
Nu is het maart 2010.
Mijn getrouwde vriend zal binnenkort ongetrouwd zijn.
En we hebben heel de tijd mot.
Van die nare bruine fladdermot.
Het gevoel van een nerveuze nachtvlinder in je gesloten hand.
Kwetsbaar is dat.
Thok
Ik was bij een uitvoering van Hotel Modern, je weet wel van die Garnalenverhalen. Deze keer ging het over de stad. Ik vertel er niet te veel over, je moet de voorstellingen van Hotel Modern gewoon gaan zien zo vaak je maar kan.
Heden Stad begon met een tamelijk lange opsomming van de dingen in een huis. De ramen, de kleedjes en langzaam maar zeker de geluiden en het gestommel. Gewoon heel droog het opnoemen ervan. Maar het was geweldig. Ik moest opletten niet volledig af te dwalen omdat er steeds dingen werden genoemd die in mij resoneerden en beelden opriepen van mijn ouderlijk huis.
‘t Hok bijvoorbeeld. In nette gezinnen de bijkeuken genoemd maar bij ons heette het ‘t hok of eigenlijk snel en aan elkaar uitgesproken: thok!.
Een kapstok, een wasmachine. Rolschaatsen, schoenen een loper. Provisorisch getimmerd een bergkast. Vuren latten, de planken van hardboard, een blauw gordijn ervoor van plafond tot vloer. Onderin de hondenmand. De gele emmers met aardappelen. Poetsdoeken.
De achterdeur naar de tuin. Overdag altijd open. Een loper in het sleutelgat. Het gevoel van thuiskomen.
Jas uit, schoenen uit, thuis. Tegen vriendinnetjes zeggen dat ze hier hun schoenen moeten uitdoen. Je schoenen uitschoppen. Boink tegen de wasmachine. Op de wasmachine zitten.
Zoenen met je vriendje. Het hok de plek om nog even prive afscheid te nemen. Soms een uur lang staan zoenen daar. In dat kale armetierige hok. Een hoofd, pesterig de hoek om: zijn jullie nou nog niet klaar!?
Het is een heerlijk gedachtenspel, ik kan het iedereen aanraden. En volgende keer doe ik de douche.
(klik op het plaatje voor de vergroting van thok!)

Lodewijk
Dit rendiertje noem ik Lodewijk.
Een tijdje geleden vroeg iemand me naar de dood van Thomas. Hij was zijn naam vergeten en vroeg hoe lang het geleden was dat Lodewijk was overleden.
Toen ik hem zei dat Lodewijk Thomas heette en dat het drie jaar geleden was kleurde hij dieprood en voelde zich erg ongemakkelijk.
Maar ik vind dit soort dingen nooit erg.
Sterker nog: Lodewijk is een soort geuzenterm geworden.
Het leven gaat tenslotte voor een groot deel over de kunst de dingen lichter te maken.
Lodewijk is daar een voorbeeld van.

Stipsokken
Laatst vertelde iemand me hoe mensen vroeger nog jaren met een zwarte mouwband liepen.
Als teken van rouw.
Ik koop af en toe gestippelde dingen.
Natuurlijk drukken die voor de rest van mijn leven het verdriet om de dood van mijn kind uit.
Maar meteen ook zijn ze een teken van hoop.
Van levenslust.
(ik weet nog niet hoe het verder gaat, tenslotte wilde ik geen weblog meer, maar dit wilde ik nog wel even kwijt)
Ja.
Het staat er wel serieus en droogjes bij he?
Dat vorige verhaaltje.
Maar dat kan best voor een keer.
Misschien wil ik ook wel weten of ik dat kan.
Mijzelf erbuiten houden.
Ik wil geen weblog meer hebben dus ik zoek naar een andere vorm. Of misschien moet ik er maar gewoon mee ophouden.
Ik ben er in 2004 mee begonnen en het lijkt wel alsof alles wat met het log te maken heeft iets uit een oude geschiedenis is. De laatste toch al sporadische stukjes gaan meestal over Thomas.
En Thomas is voorgoed verdwenen.
Niet dat ik niets meer te vertellen heb.
Maar de noodzaak is weg.
En het kabbelen van zo’n weblog, dat ik eerst prettig en geruststellend vond, staat me nu tegen.
Alsof ik na alles wat ik hier doorworsteld heb niet meer terug in de ‘gewoonstand’ kan.
Hoewel ik strikt genomen nou ook niet bepaald in een alledaagse situatie zit. De man, die ik in optimistische buien mijn nieuwe vriend noem, is nog steeds getrouwd.
De zaak zit vast.
We willen wel maar het gaat niet zoals we willen.
Of misschien vergis ik me.
Dat kan ook.
Genoeg stof om eens lekker over te loggen zou je denken.
Maar het is geen onderwerp dat ik graag deel.
En privacy en weblogs dat ganiesame.
Volgende keer weer een saai stukje denk ik.
Over Dirk Scheringa misschien.....
Privacy is een raar ding I
De politie in Drenthe heeft op internet camerabeelden gepubliceerd van een man die een 88-jarige vrouw uit Emmen meerdere keren heeft bestolen van haar geld en sieraden. Op de beelden is te zien hoe de man de woonkamer van de bejaarde vrouw inloopt en haar tas doorzoekt. De vrouw was met een smoes de kamer uitgelokt. De diefstal is vastgelegd door twee camera’s. Het was niet de eerste keer dat zoiets gebeurde en daarom had haar familie de apparatuur geplaatst.
De Bond van Wetsovertreders (BoW) vindt dat het op internet zetten van het filmpje de privacy van de dief schendt. Bovendien zou de bond het plaatsen van camera’s in woonhuizen te ver vinden gaan. De BoW heeft een klacht bij de ombudsman ingediend, en hoopt daarmee een precedent te scheppen ten voordele van de overtreder.
De pers, nooit te beroerd om een vuurtje een beetje op te porren dook er meteen op: ‘Camera in woning schendt privacy insluiper’ kopt Nu.nl. En zo is meteen de toon gezet. Het gonst van de verontwaardigde reacties. Niet dat ik ook niet in eerste instantie denk, zijn ze nou helemaal besodemieterd. Natuurlijk wel. Maar de wet beschermt iedereen, ook de wetsovertreders. En terecht. Je hoeft niet eens zo heel ver in de geschiedenis te duiken voor talloze voorbeelden van sadisme en willekeur in gevangenissen. Om maar wat te noemen.
Wetsovertreders hebben dus recht op privacy, net als u en ik. De conclusie dat iemand zijn rechten verspeelt op het moment dat hij zelf de wet overtreedt is primitief en ondermijnt de rechtsstaat. De vraag moet ook niet zijn of wetsovertreders recht hebben op privacy, maar hoever mag je als burger gaan met het beschermen van je eigen lijf en goed.
De gedachte dat je iemand te grazen mag nemen als hij je te na komt is verleidelijk, maar de vrouw die de dief van haar tasje doodreed is wel een goed voorbeeld van het gevaar dat daar aan kleeft. De dief verdiende wel straf, maar niet de eigenhandig toegebrachte doodstraf natuurlijk.
Het recht om binnen de vier muren van je privedomein camera’s op te hangen lijkt mij onbetwistbaar. Ook wanneer dit met het opzettelijke doel een dief te filmen gebeurt. Het verzamelen van bewijsmateriaal tegen iemand die je moeder besteelt lijkt me niet strafbaar. De filmbeelden zijn door de familie netjes overgedragen aan de politie. De plaatsing ervan op internet is door justitie goedgekeurd.
Er is hier geen sprake van eigenrichting. Justitie heeft een afweging gemaakt. Het recht op privacy van de dief weegt niet op tegen het recht op bescherming van kwetsbare mensen in de samenleving. Als de ombudsman een knip voor z’n neus waard is zal de conclusie niet anders dan deze kunnen zijn.
(Zo!
Ik heb gesproken.
Om maar eens even met een heel ander verhaal aan te komen kakken op mijn half vergane weblog.)

22 september 2009.
Drie hele jaren zijn er al voorbij sinds Thomas van de Euromast sprong.
Of zijn het er nog maar pas drie?
Ik heb hoe dan ook een hele tijd vogeltjes zitten knippen.
Roodwittestippenvogels, van pakpapier van de Hema.
Knippen lamineren, weer knippen touwtje erdoor.
Tientallen.
Meer dan honderd.
En net als toen met het stippen gaf het me deze keer ook rust.
Dit mechanische werkje.
En net als toen ontstond gaandeweg een plan wat er mee aan te vangen.
Ik heb de vogeltjes aan allerlei mensen opgestuurd met daarbij een brief.
Of ze er een plekje voor willen vinden.
En vandaag even aan Thomas willen denken.
Wie van de week geen vogeltje in de brievenbus vond is daarmee niet buitengesloten.
Misschien had ik je adres niet.
Denk gewoon vandaag mee.
Zodat we met z’n allen een heel grote gedachtenwolk vormen.
Zo groot dat je hem bijna kunt voelen.
Een wolk vol Thomas.

En ik heb bij hoge uitzondering staande op mijn stoel uitbundig aan mijn eigen verjaardagslied meegezongen.
Dat laatste om te bewijzen dat ik helemaal geen vijftig ben, en dat ik het nooit zal worden ook.
Ik ben negen jaar.
Kijk maar!
(aquarel van Aad Wieman)
Dat is natuurlijk het probleem met dingen die uit de werkelijkheid verdwenen zijn. Dat je alleen de echo’s overhoudt. Die vervorming.
Je kan wel wat in de put roepen maar het is niet een wezenlijk iets dat antwoordt.
Het is maar weerkaatsing.
De echoput is in je eigen hoofd.
De inhouden zwerven daar rond.
En elk jaar is er weer iets meer weg van de oorspronkelijke dingen.
Volgende maand word ik vijftig.
Dat is nog niet eens zo oud, denk ik moedig, maar ik heb al wel een volle echoput.
Mijn ouders wonen er al tamelijk lang.
Mijn zoon ook al weer bijna drie jaar.
En ik heb sinds zijn dood een aantal flinke ommezwaaien gemaakt in mijn leven.
De kunst aan de wilgen.
Vaste baan.
Nieuwe mensen.
Verhuisd.
Een andere vriend.
Veel afgesloten hoofdstukken dus.
En afgesloten betekent: hup de echoput in!
Vannacht dacht ik: stel dat het op een of andere manier mogelijk was dat Thomas terug zou komen.
Zou hij me dan nog herkennen?
Hij heeft het museum nooit gezien.
Mijn vriend niet.
Het huis waar ik woon niet.
En met dit alles zijn er nieuwe gewoonten gekomen, andere posities op het speelveld, inzichten, gevoelens.
Ik zie er nog uit als zijn moeder, ongetwijfeld, maar verder is bijna alles veranderd.
Zou ik niet een echo uit zijn verleden zijn?
Een vreemde gedachte.
Treurig ook.















































