Tja…
Die tanden zijn inmiddels bijna aan elkaar gegroeid.
Wat op zich wonderlijk is.
Dat dat allemaal zomaar kan.
Zelfs wie weet dat ik een hoeragebit had kan het zich al niet meer voorstellen.
Ik zelf eigenlijk ook niet.
Op de röntgenfoto zag ik hoe het niet alleen in het zicht, maar vooral ook daaronder veranderd is.
Het tandvlees gezond, het kaakbot stevig, de tanden netjes op een rij.
Maar er zijn ook sporen van hoe het was.
Een lichte verkleuring in het bot waar eerst een kies zat.
De vorm van de wortels, die onveranderd blijft.
Ik zat gisteren in de doos met foto’s van Thomas te kijken.
Iets wat ik niet heel vaak doe.
Ik realiseerde me dat ik hem nu al vier jaar niet heb gezien.
Dat alles wat ik zag, het huis, de straat, de dingen die ons toen omringden, tot een ander leven behoort.
Een andere eeuw.
Een andere planeet bijna.
Waar ik destijds bang voor was gebeurt.
Onvermijdelijk natuurlijk.
Thomas vergeet ik nooit, maar de context is wel zodanig gewijzigd dat zijn bestaan er niet meer uit herleid kan worden.
Wie hem niet heeft gekend, vermoedt hem ook niet.
Je ziet hem alleen nog op mijn röntgenfoto,

Al moet ik eerlijk bekennen dat er ook gaten zijn die ik liever niet heb…..
Soms vragen mensen aan mij waarom ik nu nog aan een beugel begin.
Dat vind ik dan toch een beetje raar.
Okee, ik ben vijftig en dat is rijkelijk oud voor een beugelbekkie, maar toch nog te jong om te denken: laat maar.
Vind ik zelf dan toch.
Misschien gaat het mij nog niet eens om die ruimtes.
Dat is op zich niet mooi, maar aan zulke dingen wen je.
En ik heb er mijn huidige partner mee versierd.
Op ons eerste afspraakje vroeg hij of ik soms een hoektand miste….
Oeps.
Vergeten met mijn goeie kant naar hem toe te gaan zitten.
Hij dacht natuurlijk wat alle mensen denken zodra ik mijn mond open doe om te lachen: zonde van dat gebit.
Maar uiteindelijk zijn het natuurlijk juist de kleine onvolkomenheden waardoor iemand je lief wordt.
Een vrouw met een zweem van een snorretje.
Een man met een buikje of een kalende kruin.
Het zijn dingen die je ontroeren.
Die een mens mens maken.
En een persoon zijn eigenheid geven.
Nee.
Waar het me echt om gaat is de aanblik van verwaarlozing die zo’n gehavend gebit je geeft.
Daar wilde ik van af.
Het is natuurlijk nog steeds geen gezicht zo’n beugel.
Maar het ziet er tenminste verzorgd uit.

Technisch gesproken bestaan gaatjes niet eens.
Een gat is een afwezigheid.
Zonder gaten is er alleen maar potdichte materie.
Kan er niets naar binnen of naar buiten.
Terwijl alles wat wezenlijk is aan het leven aan uitwisseling doet.
Dingen opnemen en dingen uitlaten, of simpelweg dingen doorlaten.
Zonder gaatjes is er eigenlijk niets.
Geen lucht.
Geen beweging.
Geen uitwisseling.
Alleen maar massa.
Een rooster staat open en er stroomt verse lucht.
Voedsel gaat via een ingewikkeld systeem zijn weg van buiten naar binnen naar buiten.
Een kind komt ter wereld.
En op het eind als je doodgaat.
Dan verdwijn je in het laatste gat.
Gloep!

Een lepel met gaatjes.
En dat je het dan gaat gebruiken zo’n ding, nee.
Maar ik hou van gaatjes.
En ik vind het lichte hout mooi.
Het geeft een gevoel van hout gaan kopen en gaatjes boren en eindeloos schuren.
Objecten maken die misschien onooglijk zijn,
maar in je hand zo glad en welgevormd aanvoelen dat het je ontroert.
Maart 2010.
Zou ik nog lezers hebben?
Ooit waren het het er duizenden per week.
Ongelofelijk eigenlijk.
Een hele tijd geleden werd ik benaderd door een uitgever.
Ze had mijn weblog gelezen en werd geraakt door mijn brokjes tekst.
Stukjes over de dood.
Over hoe dat gaat met een mens van binnen als haar kind van de Euromast springt.
Of ik er voor papier over wilde schrijven, vroeg ze.
Dat wilde ik wel maar het lukte niet.
Ik schreef hier om het schrijven.
Om helder en gedecideerd te formuleren wat ik meemaakte.
Het op de een of andere manier onder controle, beheersbaar te houden.
Dat kon niet nog eens dunnetjes over.
Jammer natuurlijk.
Maar soms gaat het zo.
Nu is het maart 2010.
Mijn getrouwde vriend zal binnenkort ongetrouwd zijn.
En we hebben heel de tijd mot.
Van die nare bruine fladdermot.
Het gevoel van een nerveuze nachtvlinder in je gesloten hand.
Kwetsbaar is dat.

Thok
Ik was bij een uitvoering van Hotel Modern, je weet wel van die Garnalenverhalen. Deze keer ging het over de stad. Ik vertel er niet te veel over, je moet de voorstellingen van Hotel Modern gewoon gaan zien zo vaak je maar kan.
Heden Stad begon met een tamelijk lange opsomming van de dingen in een huis. De ramen, de kleedjes en langzaam maar zeker de geluiden en het gestommel. Gewoon heel droog het opnoemen ervan. Maar het was geweldig. Ik moest opletten niet volledig af te dwalen omdat er steeds dingen werden genoemd die in mij resoneerden en beelden opriepen van mijn ouderlijk huis.
‘t Hok bijvoorbeeld. In nette gezinnen de bijkeuken genoemd maar bij ons heette het ‘t hok of eigenlijk snel en aan elkaar uitgesproken: thok!.
Een kapstok, een wasmachine. Rolschaatsen, schoenen een loper. Provisorisch getimmerd een bergkast. Vuren latten, de planken van hardboard, een blauw gordijn ervoor van plafond tot vloer. Onderin de hondenmand. De gele emmers met aardappelen. Poetsdoeken.
De achterdeur naar de tuin. Overdag altijd open. Een loper in het sleutelgat. Het gevoel van thuiskomen.
Jas uit, schoenen uit, thuis. Tegen vriendinnetjes zeggen dat ze hier hun schoenen moeten uitdoen. Je schoenen uitschoppen. Boink tegen de wasmachine. Op de wasmachine zitten.
Zoenen met je vriendje. Het hok de plek om nog even prive afscheid te nemen. Soms een uur lang staan zoenen daar. In dat kale armetierige hok. Een hoofd, pesterig de hoek om: zijn jullie nou nog niet klaar!?
Het is een heerlijk gedachtenspel, ik kan het iedereen aanraden. En volgende keer doe ik de douche.
(klik op het plaatje voor de vergroting van thok!)

Lodewijk
Dit rendiertje noem ik Lodewijk.
Een tijdje geleden vroeg iemand me naar de dood van Thomas. Hij was zijn naam vergeten en vroeg hoe lang het geleden was dat Lodewijk was overleden.
Toen ik hem zei dat Lodewijk Thomas heette en dat het drie jaar geleden was kleurde hij dieprood en voelde zich erg ongemakkelijk.
Maar ik vind dit soort dingen nooit erg.
Sterker nog: Lodewijk is een soort geuzenterm geworden.
Het leven gaat tenslotte voor een groot deel over de kunst de dingen lichter te maken.
Lodewijk is daar een voorbeeld van.

Stipsokken
Laatst vertelde iemand me hoe mensen vroeger nog jaren met een zwarte mouwband liepen.
Als teken van rouw.
Ik koop af en toe gestippelde dingen.
Natuurlijk drukken die voor de rest van mijn leven het verdriet om de dood van mijn kind uit.
Maar meteen ook zijn ze een teken van hoop.
Van levenslust.
(ik weet nog niet hoe het verder gaat, tenslotte wilde ik geen weblog meer, maar dit wilde ik nog wel even kwijt)
Ja.
Het staat er wel serieus en droogjes bij he?
Dat vorige verhaaltje.
Maar dat kan best voor een keer.
Misschien wil ik ook wel weten of ik dat kan.
Mijzelf erbuiten houden.
Ik wil geen weblog meer hebben dus ik zoek naar een andere vorm. Of misschien moet ik er maar gewoon mee ophouden.
Ik ben er in 2004 mee begonnen en het lijkt wel alsof alles wat met het log te maken heeft iets uit een oude geschiedenis is. De laatste toch al sporadische stukjes gaan meestal over Thomas.
En Thomas is voorgoed verdwenen.
Niet dat ik niets meer te vertellen heb.
Maar de noodzaak is weg.
En het kabbelen van zo’n weblog, dat ik eerst prettig en geruststellend vond, staat me nu tegen.
Alsof ik na alles wat ik hier doorworsteld heb niet meer terug in de ‘gewoonstand’ kan.
Hoewel ik strikt genomen nou ook niet bepaald in een alledaagse situatie zit. De man, die ik in optimistische buien mijn nieuwe vriend noem, is nog steeds getrouwd.
De zaak zit vast.
We willen wel maar het gaat niet zoals we willen.
Of misschien vergis ik me.
Dat kan ook.
Genoeg stof om eens lekker over te loggen zou je denken.
Maar het is geen onderwerp dat ik graag deel.
En privacy en weblogs dat ganiesame.
Volgende keer weer een saai stukje denk ik.
Over Dirk Scheringa misschien…..
Privacy is een raar ding I
De politie in Drenthe heeft op internet camerabeelden gepubliceerd van een man die een 88-jarige vrouw uit Emmen meerdere keren heeft bestolen van haar geld en sieraden. Op de beelden is te zien hoe de man de woonkamer van de bejaarde vrouw inloopt en haar tas doorzoekt. De vrouw was met een smoes de kamer uitgelokt. De diefstal is vastgelegd door twee camera’s. Het was niet de eerste keer dat zoiets gebeurde en daarom had haar familie de apparatuur geplaatst.
De Bond van Wetsovertreders (BoW) vindt dat het op internet zetten van het filmpje de privacy van de dief schendt. Bovendien zou de bond het plaatsen van camera’s in woonhuizen te ver vinden gaan. De BoW heeft een klacht bij de ombudsman ingediend, en hoopt daarmee een precedent te scheppen ten voordele van de overtreder.
De pers, nooit te beroerd om een vuurtje een beetje op te porren dook er meteen op: ‘Camera in woning schendt privacy insluiper’ kopt Nu.nl. En zo is meteen de toon gezet. Het gonst van de verontwaardigde reacties. Niet dat ik ook niet in eerste instantie denk, zijn ze nou helemaal besodemieterd. Natuurlijk wel. Maar de wet beschermt iedereen, ook de wetsovertreders. En terecht. Je hoeft niet eens zo heel ver in de geschiedenis te duiken voor talloze voorbeelden van sadisme en willekeur in gevangenissen. Om maar wat te noemen.
Wetsovertreders hebben dus recht op privacy, net als u en ik. De conclusie dat iemand zijn rechten verspeelt op het moment dat hij zelf de wet overtreedt is primitief en ondermijnt de rechtsstaat. De vraag moet ook niet zijn of wetsovertreders recht hebben op privacy, maar hoever mag je als burger gaan met het beschermen van je eigen lijf en goed.
De gedachte dat je iemand te grazen mag nemen als hij je te na komt is verleidelijk, maar de vrouw die de dief van haar tasje doodreed is wel een goed voorbeeld van het gevaar dat daar aan kleeft. De dief verdiende wel straf, maar niet de eigenhandig toegebrachte doodstraf natuurlijk.
Het recht om binnen de vier muren van je privedomein camera’s op te hangen lijkt mij onbetwistbaar. Ook wanneer dit met het opzettelijke doel een dief te filmen gebeurt. Het verzamelen van bewijsmateriaal tegen iemand die je moeder besteelt lijkt me niet strafbaar. De filmbeelden zijn door de familie netjes overgedragen aan de politie. De plaatsing ervan op internet is door justitie goedgekeurd.
Er is hier geen sprake van eigenrichting. Justitie heeft een afweging gemaakt. Het recht op privacy van de dief weegt niet op tegen het recht op bescherming van kwetsbare mensen in de samenleving. Als de ombudsman een knip voor z’n neus waard is zal de conclusie niet anders dan deze kunnen zijn.
(Zo!
Ik heb gesproken.
Om maar eens even met een heel ander verhaal aan te komen kakken op mijn half vergane weblog.)














































